Wat als een zorgmedewerker zich onvoldoende inzet bij de verplichte (na)scholing?
In de zorg is verplichte (na)scholing een vast onderdeel van de professionele ontwikkeling. Maar wat als een zorgmedewerker zich onvoldoende inzet bij deze scholing? In de meeste zorg-cao’s is de werkgever verplicht om noodzakelijke opleidingen kosteloos aan te bieden, maar mag een werknemer dan zonder consequenties de opleiding verzaken? Heeft de zorgwerkgever in zo’n situatie altijd het nakijken? De onderstaande casus geeft antwoord op die vraag.
Een werknemer was in dienst bij een beveiligingsbedrijf als aspirant beveiligingsbeambte. Om de functie definitief te kunnen vervullen, moest hij de verplichte opleiding tot beveiliger volgen. De werkgever betaalde de opleiding (€ 2.097) en de partijen sloten een studiekostenovereenkomst waarin stond dat de werknemer de kosten zou terugbetalen als hij de opleiding niet binnen een jaar afrondde.
De werknemer slaagde niet tijdig voor de opleiding, waarna de werkgever op de eindafrekening € 2.175 aan studiekosten inhield. De werknemer betwistte dit en stelde dat de opleiding verplicht was en op basis van de cao Particuliere Beveiliging kosteloos had moeten zijn. Daarnaast stelde de werkgever dat het onredelijk zou zijn om de kosten te dragen, omdat de werknemer onvoldoende inzet had getoond.
Beoordeling rechter
De kantonrechter begon met de beoordeling of er sprake is van een verplichte opleiding die de werkgever kosteloos aan de werknemer had moeten aanbieden. In artikel 7:611a BW staat dat de werkgever de werknemer in staat moet stellen om scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie. Verplichte scholing op grond van toepasselijk Unierecht, nationaal recht, een cao of een regeling van een bevoegd bestuursorgaan moet de werkgever kosteloos aan de werknemer aanbieden. Ieder beding (zoals een studiekostenovereenkomst) in strijd hiermee is nietig. De rechter gaat mee met het verweer van de werknemer dat de cao de werkgever verplicht de opleiding tot beveiliger kosteloos aan te bieden.
Redelijkheid en billijkheid
De werkgever vond het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar de studiekosten aan de werknemer te betalen. De kantonrechter stelde vast dat de werknemer langere tijd niet heeft kunnen inloggen in de online leeromgeving van het opleidingsinstituut. Op 29 augustus 2023 vond hierover een gesprek plaats tussen de werknemer en het opleidingsinstituut. In de dagvaarding gaf de werknemer aan dat hij daarna met zijn opleiding aan de slag kon. Hoewel hij tijdens de zitting beweerde dat hij ook daarna nog inlogproblemen had, heeft hij deze stelling niet met bewijs onderbouwd. De rechter gaat er daarom vanuit dat de werknemer vanaf 29 augustus 2023 zijn opleiding had kunnen voltooien. Wel bleek uit zijn verklaringen dat hij op dat moment de motivatie had verloren.
Ondanks de keuze van de werknemer om de opleiding niet af te ronden, betekent dit volgens de rechter niet automatisch dat de werkgever de studiekosten op hem mag verhalen. De rechter oordeelde dat nergens uit blijkt dat de werkgever de werknemer heeft gewezen op de noodzaak van actieve inspanning tijdens de opleiding of op de mogelijke financiële consequenties bij tegenvallende prestaties. Noch in de cao-bepalingen, noch in de (nietige) studiekostenovereenkomst werd een dergelijke inspanningsverplichting expliciet genoemd. Zelfs toen duidelijk werd dat de opleiding moeizaam verliep, heeft de werkgever niet aangegeven dat de werknemer zich meer had moeten inspannen om de kosten te vermijden.
Onder deze omstandigheden verwierp de rechter het beroep van de werkgever op de redelijkheid en billijkheid. Ook verwierp de rechter het argument van de werkgever dat de werknemer te weinig inzet toonde. De werkgever heeft volgens de rechter de werknemer nooit expliciet gewezen op de consequenties van onvoldoende inspanning. Dit betekent dat de studiekosten volledig voor rekening van de werkgever blijven.
