Er zijn geen harde bewijzen dat zorgwerkgevers onderling hebben afgesproken om geen zzp’ers meer in te huren.
Dat schrijft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) in een brief aan koepelorganisaties in de zorgsector. De toezichthouder blijft de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt wel nauw volgen en blijft guidance aan werkgevers geven om zich aan de concurrentieregels te houden.
De ACM startte haar onderzoek na signalen dat zorginstellingen onderling afspraken zouden maken om gezamenlijk minder of geen zzp’ers meer in te zetten. Dit speelde in aanloop naar de opheffing van het handhavingsmoratorium in het kader van de Wet DBA. Hoewel er geen direct bewijs is voor verboden afstemming, blijft de ACM alert.
Waarschuwing ACM
In de brief benadrukt de toezichthouder dat gezamenlijke afspraken om geen zzp’ers meer in te huren de concurrentie kunnen beperken en zelfstandigen in de zorg kunnen benadelen. Werkgevers mogen wél samen aangeven dat ze de Wet DBA naleven, maar moeten individueel bepalen hoe ze zzp’ers binnen de wettelijke kaders inzetten. Daarnaast waarschuwt de ACM dat dergelijke afspraken de mogelijkheden van zorgwerkgevers beperken om zich te onderscheiden op het gebied van personeelsbeleid. Dit kan gevolgen hebben voor de snelheid en kwaliteit van zorgverlening, bijvoorbeeld door langere wachttijden voor patiënten/cliënten. Op de lange termijn kan dit er zelfs toe leiden dat zzp’ers de zorgsector verlaten, waardoor de personeelstekorten verder toenemen.
Volgens de ACM is er voldoende ruimte voor samenwerking om de arbeidsmarktkrapte in de zorg aan te pakken. Dit kan bijvoorbeeld via regionale flexpools of gezamenlijke opleidingsprogramma’s. Zolang dit werknemers niet dwingt om als zelfstandige te werken en de markt open blijft, is dit toegestaan.