De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde dat een werkgever de openstaande verlofdagen van een werknemer moet uitbetalen, ondanks dat deze tijdens de collectieve bedrijfssluitingen ziek was.
De werknemer trad op 4 maart 2004 in dienst bij de werkgever als productiemedewerker en verdiende een salaris van €2.400,00 bruto per maand exclusief vakantietoeslag. Op 7 mei 2024 sloten beide partijen een vaststellingsovereenkomst. In die overeenkomst stond dat beide partijen met wederzijds goedvinden de arbeidsovereenkomst per 1 mei 2024 beëindigden. In deze overeenkomst legden de partijen vast dat de werkgever de opgebouwde en niet genoten vakantiedagen en ATV-dagen zou uitbetalen. Aangezien er onenigheid was over het exacte saldo, maakten de werkgever en werknemer de gang naar de kantonrechter.
Het bedrijf van de werknemer was elk jaar in de zomervakantie en rond de kerstdagen gesloten. De werknemer was tijdens deze collectieve bedrijfssluitingen in zowel de zomer als rond kerst ziek. De werkgever bracht deze periodes in mindering op het verlofsaldo van de werknemer. Dit leidde tot een negatief saldo. De werknemer was het daar niet mee eens en eiste uitbetaling van 131,18 verlofuren.
Wat zegt de rechter?
De kantonrechter baseert zich op artikel 7:638 BW. Hierin staat dat vakantie in principe wordt vastgesteld op basis van de wensen van de werknemer. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt als er een schriftelijke afspraak is tussen werkgever en werknemer over verplichte vakantiedagen, bijvoorbeeld tijdens collectieve bedrijfssluitingen. De bewijslast ligt bij de werkgever om aan te tonen dat een dergelijke afspraak daadwerkelijk is gemaakt en schriftelijk is vastgelegd.
Voor zieke werknemers gelden aanvullende regels. In principe kunnen ziektedagen niet automatisch als vakantiedagen worden beschouwd, tenzij daar expliciet en schriftelijk toestemming voor is gegeven. Er zijn echter uitzonderingen:
- Een werkgever kan met een werknemer afspreken dat hij tijdens ziekte toch vakantiedagen opneemt. Dit moet gebeuren in een concrete situatie, en niet op basis van een algemene afspraak.
- Werkgever en werknemer kunnen bij voorbaat afspreken dat de werkgever bovenwettelijke vakantiedagen ook tijdens ziekte afschrijft. Dit mag echter niet gelden voor wettelijke vakantiedagen.
Geen schriftelijke bewijzen
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever geen schriftelijke bewijzen kon overleggen waaruit bleek dat er een collectieve afspraak was over het verplicht opnemen van vakantiedagen tijdens bedrijfssluitingen. Ook toonde de werkgever niet aan dat er expliciete instemming was van de werknemer om zijn verlofdagen in te zetten terwijl hij ziek was. Hierdoor was het in mindering brengen van deze vakantiedagen onterecht, volgens de rechter.
Bovendien stelde de rechter vast dat de werkgever geen individueel overleg heeft gevoerd met de werknemer op het moment van de collectieve sluiting. Dit had wél gemoeten, omdat een zieke werknemer recht heeft om zijn vakantiedagen te behouden tenzij anders overeengekomen.
De rechter veroordeelde de werkgever daarom tot het volledig uitbetalen van de verlofuren. Daarnaast werd een wettelijke verhoging van 10% opgelegd om de werkgever te stimuleren tijdig aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen.
Belang voor werkgevers
Het is voor werkgevers dus belangrijk om duidelijke, schriftelijke afspraken te maken over het opnemen van vakantiedagen tijdens ziekte, vooral bij collectieve bedrijfssluitingen. Als je als werkgever deze afspraken niet hebt, kun je verplicht worden niet-opgenomen verlofdagen uit te betalen bij het einde van het dienstverband van de werknemer.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8-1-2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:82