Volgens het College voor de Rechten van de Mens (WCRM) is een coassistent bij het OLVG discriminerend behandeld vanwege zijn Marokkaanse afkomst.
De coassistent liep tussen 2019 en 2021 zijn coschappen bij het OLVG en diende een klacht in over grensoverschrijdend gedrag door artsen. Het ziekenhuis schakelt vervolgens een extern onderzoeksbureau in om de klacht te beoordelen. De coassistent is niet tevreden over de afhandeling van zijn klacht en richt zich tot het WCRM.
In 2020 liep de stagiair coschappen op de afdeling chirurgie. Een chirurg, die net terug was van vakantie, merkte op dat vrienden tegen hem hadden gezegd dat hij er door zijn zongebruinde huid uitzag als een Marokkaan. Hierop reageerde de chirurg met de opmerking dat hij “een hekel heeft aan Marokkanen.” De stagiair voelde zich hierdoor gekwetst en diende een klacht in bij de opleidingscoördinator. Volgens de stagiair heeft de coördinator de chirurg hierop aangesproken en teruggekoppeld dat hij excuses had aangeboden.
Omdat de stagiair zelf Marokkaanse roots heeft, vindt het College dat hij hierdoor op een discriminerende manier is behandeld. Omdat er sprake was van een gezagsverhouding tussen de arts en de stagiaire rekent het College deze opmerking direct toe aan het ziekenhuis. Het ziekenhuis kon niet weerleggen dat de opmerking is gemaakt.
Kwetsende opmerkingen over patiënten
Daarnaast maakten verschillende artsen tijdens zijn coschappen kwetsende opmerkingen over patiënten. Zo zou een patiënt “die zwarte” zijn genoemd, waarna de chirurg zijn hand op zijn mond legde en naar de coassistent glimlachte. Ook hoorde de coassistent dat dezelfde chirurg een opmerking maakte over een patiënt van Somalische afkomst en haar partner, waarbij hij zei dat er een “vluchtelingenboot was aangespoeld.” De stagiair controleerde dit bij een andere coassistent, die bevestigde dat de opmerking was gemaakt. Daarnaast hoorde hij een andere chirurg zeggen dat een patiënt “kreupel is van hier tot aan Tokio” en uitte zij walging over de geur van een patiënt tijdens een medische handeling. Ook zag de stagiair hoe deze chirurg samen met een coassistent bespottende blikken wisselde toen een andere coassistent een verkeerd antwoord gaf tijdens een bespreking.
Uit het onderzoek blijkt dat de onderzoekers met een van de betrokken chirurgen hebben gesproken, maar dat zij niet konden vaststellen of de opmerkingen daadwerkelijk zijn gemaakt. De stagiair legde een screenshot van een chatgesprek voor als bewijs, maar het is voor het College onduidelijk of dit is meegenomen in het onderzoek. Het College legt dit in het nadeel van het ziekenhuis uit. Bij de andere chirurg is niet duidelijk of zij überhaupt is gehoord, waardoor het ziekenhuis volgens het WCRM niet heeft geprobeerd de beschuldigingen te weerleggen.
Confronterend
Op basis van deze bevindingen acht het College het aannemelijk dat de opmerkingen daadwerkelijk zijn gemaakt. Ook al waren ze niet direct gericht tegen de stagiair, hij heeft er wel last van gehad en zich hierdoor ongemakkelijk gevoeld. Het College begrijpt dat het confronterend moet zijn geweest voor een jonge, ambitieuze coassistent om in zo’n werkomgeving te starten en vindt de opmerkingen zeer kwalijk. Omdat coassistenten de toekomstige artsen en chirurgen zijn, is het belangrijk dat men dit soort gedrag niet als normaal gaat zien, aldus het WCRM. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de betrokken chirurgen en, gezien hun positie binnen het ziekenhuis, ook bij de organisatie zelf.
Wat heeft het OLVG gedaan?
Hoewel het WCRM de uitlatingen veroordeelt, stelt het vast dat OLVG de situatie serieus heeft genomen en maatregelen heeft getroffen. Het ziekenhuis geeft aan dat het meldingen over ongewenst gedrag zeer serieus neemt en al langere tijd werkt aan een veilige werkomgeving voor medewerkers. Voor coassistenten lag de verantwoordelijkheid hier grotendeels bij de universiteiten, waardoor eerder beleid en maatregelen slechts indirect op hen van toepassing waren.
Na de klacht van de stagiair heeft het ziekenhuis in oktober 2022 nieuw beleid ingevoerd, specifiek gericht op coassistenten. Daarbij is extra aandacht besteed aan hun afhankelijke positie, die ervoor kan zorgen dat zij minder snel melding durven te maken van grensoverschrijdend gedrag. In het nieuwe beleid heeft het ziekenhuis vastgelegd dat meldingen van discriminatie en ongewenst gedrag standaard besproken worden in het kwartaaloverleg. Indien nodig wordt dit teruggekoppeld aan de Centrale Opleidingscommissie, die toeziet op de kwaliteit van medische opleidingen. Daarnaast heeft het ziekenhuis een intranetpagina ingericht met informatie over trainingen en workshops rond inclusie en het voorkomen van ongewenst gedrag. Tot slot is er een app ontwikkeld waarmee coassistenten op een laagdrempelige manier meldingen kunnen doen.
Voldaan aan zorgplicht
Op basis van de genomen maatregelen concludeert het College dat het ziekenhuis aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Daarnaast stelt het College vast dat het ziekenhuis de klacht van de stagiair op een zorgvuldige manier heeft afgehandeld. Zo is er een extern onderzoeksbureau ingeschakeld. Dit bureau heeft een uitgebreid rapport opgesteld na gesprekken met de stagiair en diverse medewerkers van het ziekenhuis. Dat niet alle betrokkenen zijn gehoord omdat zij niet langer in dienst waren, vindt het College begrijpelijk. Bovendien heeft het ziekenhuis op basis van de onderzoeksresultaten passende maatregelen genomen en hierover ook terugkoppeling gegeven aan de stagiair.
Wel adviseert het College het ziekenhuis om in de toekomst klachten sneller door te zetten naar de juiste afdeling. Zo kunnen onderzoeken eerder starten en voorkom je als ziekenhuis dat betrokken medewerkers al uit dienst zijn voordat het ziekenhuis hun gedrag kan beoordelen. Daarnaast beveelt het WCRM aan om trainingen over grensoverschrijdend en discriminerend gedrag verplicht te stellen voor medewerkers. Tot slot benadrukt het College dat het ziekenhuis blijvend aandacht moet houden voor een veilige werkomgeving. Het is belangrijk dat dit onderwerp niet na verloop van tijd naar de achtergrond verdwijnt, maar structureel op de agenda blijft staan.
Tips voor HR-professionals
Deze zaak onderstreept hoe belangrijk het is om een veilige en inclusieve werkomgeving te creëren. Hieronder volgen een paar tips voor jou als HR-professional in de zorg:
Zorg voor een veilige meldcultuur
- Faciliteer laagdrempelige en anonieme meldkanalen , zoals een meldapp of vertrouwenspersonen.
- Benadruk dat je organisatie meldingen serieus neemt en dat er geen negatieve gevolgen zijn voor klagers.
Maak trainingen verplicht en continu
- Train medewerkers en leidinggevenden in inclusie, diversiteit en het herkennen van discriminatie.
- Herhaal deze trainingen regelmatig en laat het niet een eenmalige verplichting zijn.
Actief beleid tegen discriminerend en kwetsend taalgebruik
- Stel duidelijke gedragsregels op en handhaaf deze.
- Train leidinggevenden in het signaleren en corrigeren van ongewenst taalgebruik.
Snelle en zorgvuldige klachtbehandeling
- Geef klachten snel door aan de juiste afdeling of externe onderzoekers.
- Stel heldere termijnen en een transparant proces vast voor klachtbehandeling.
Blijvende aandacht voor een inclusieve werkomgeving
- Houd regelmatige evaluaties en medewerkerstevredenheidsonderzoeken over sociale veiligheid.
- Houd inclusie en veiligheid als vast thema op de HR-agenda en in werkoverleggen.