Zorgverzekeraar VGZ mag geen kosten terugvorderen van thuiszorgorganisatie Pro-Cura over het jaar 2020. Volgens de rechtbank is daarvoor geen juridische basis in de zorgovereenkomst.
De rechtbank in Arnhem oordeelt dat VGZ geen geld mag terugvorderen van Pro-Cura voor verleende wijkverpleging in 2020. VGZ beriep zich op een overschrijding van het afgesproken gemiddelde aantal uren per verzekerde, maar die afspraak blijkt juridisch niet te zijn overeengekomen.
Geen terugbetalingsverplichting in overeenkomst
VGZ stelt dat in de zorgovereenkomst met Pro-Cura een zogenaamde doelmatigheidsafspraak is opgenomen: een maximum aan te vergoeden uren wijkverpleging per verzekerde. Bij overschrijding zou Pro-Cura geld moeten terugbetalen. De rechtbank wijst dit af. De formulering in de overeenkomst is volgens de rechter onvoldoende duidelijk om te spreken van een terugbetalingsverplichting. Ook in het inkoopbeleid van VGZ voor 2020 stond niet dat doelmatigheidsafspraken zouden gelden. Pro-Cura hoefde daarom niet te verwachten dat overschrijding financiële gevolgen zou hebben.
Vervolgvragen blijven onbeantwoord
Omdat de rechtbank al oordeelt dat er geen geldige terugbetalingsafspraak is, komen andere vragen niet meer aan bod. Het gaat dan om vragen als: schendt VGZ haar zorgplicht, moet de terugvordering worden aangepast vanwege corona of zou terugbetaling tot onaanvaardbare gevolgen leiden.
