In 2034 kan 15 procent van de benodigde zorg niet meer geleverd worden. Daardoor vervallen miljoenen patiëntcontacten bij huisartsen, bezoeken aan poliklinieken en consulten in de ggz. Ook krijgen tienduizenden mensen geen thuiszorg of plek in het verpleeghuis.
Uit nieuw onderzoek van ABF Research, in opdracht van RegioPlus, blijkt dat personeelstekorten in zorg en welzijn de komende jaren tot grote problemen leiden. In totaal worden 55 zorgproducten geraakt, waaronder wijkverpleging, thuisondersteuning en kinderopvang. Het onderzoek maakt concreet welke zorg straks niet geleverd wordt.
Concrete gevolgen per zorgsector
Als er niets verandert, zijn er in 2034 naar schatting 288.600 mensen te weinig om aan de zorgvraag te voldoen. De impact is groot: 15 miljoen huisartscontacten kunnen niet doorgaan, 3,7 miljoen ggz-consulten blijven uit en 5 miljoen polikliniekbezoeken vervallen. Verder is er geen plek voor 35.000 mensen in verpleeghuizen en missen tot 124.000 mensen wijkverpleging aan huis. Ook krijgen tot 136.000 mensen geen huishoudelijke hulp. In de kinderopvang vervallen 74 tot 98 miljoen uur.
Oproep tot brede aanpak
Volgens Jelle Boonstra, directeur-bestuurder van RegioPlus, is er een brede aanpak nodig: “Dit gaat iedereen raken. Dat betekent dus ook dat we dit probleem met de volledige samenleving moeten aanpakken.” RegioPlus pleit al langer voor een transformatie van de sector, met meer inzet op technologie, informele zorg en aantrekkelijk werk. Boonstra: “We werken binnen zorg en welzijn hard aan oplossingen. Maar systemen en regels zitten vaak nog in de weg. Veel problemen zijn op te lossen, maar zitten gevangen in procedures, protocollen en inkoopcontracten.” Volgens hem is het bovendien onrealistisch om te denken dat de tekorten volledig met extra personeel kunnen worden opgelost: ook de zorgvraag moet afnemen, door meer inzet op gezondheid en preventie.
Samenwerking
RegioPlus roept op tot brede samenwerking tussen overheid, zorg, welzijn, onderwijs, gemeenten, verzekeraars en samenleving. “Het gaat om de toekomst van de grootste sector van Nederland, en dus om de toekomst van elke Nederlander,” aldus Boonstra.
