Een pizzabakker mocht ontslag op staande voet nemen, omdat zijn werkgever hem maandenlang geen loon betaalde. Dat oordeelt de kantonrechter in Utrecht.
De pizzabakker nam op 23 december 2024 zelf ontslag op staande voet, omdat hij sinds september geen loon meer ontving. Volgens de wet is het uitblijven van loon een geldige reden voor een werknemer om per direct op te stappen. De werkgever erkende dat hij het loon niet had betaald, maar voerde aan dat dit kwam door financiële problemen. Ook stelde hij voor om het loon in wekelijkse termijnen uit te betalen. De kantonrechter oordeelde echter dat dit geen geldige reden is om helemaal geen loon te betalen. De werknemer was bovendien niet verplicht om akkoord te gaan met deelbetalingen.
Werkgever nam personeel over
De pizzabakker werkte sinds 2017 bij de pizzeria, die in augustus 2024 werd overgenomen door de nieuwe eigenaar. Door de overgang van onderneming gingen zijn rechten en plichten automatisch over op de nieuwe werkgever. Een bepaling in het koopcontract tussen de oude en nieuwe eigenaar, waarin stond dat er geen personeel zou worden overgenomen, doet daar niets aan af. Die afspraak geldt alleen tussen de eigenaren, niet tegenover de werknemer.
Loonvordering grotendeels toegewezen
De kantonrechter stelde vast dat de werknemer recht had op een uurloon van 15 euro. Dat bedrag was besproken en opgenomen in een conceptarbeidsovereenkomst. De werknemer mocht daarom vertrouwen op dat uurloon. Alleen over één week in november hoefde de werkgever geen loon te betalen, omdat de werknemer toen zonder geldige reden afwezig was. Over de overige periode van september tot en met 23 december moet het loon alsnog worden betaald, verminderd met de bedragen die al contant en per bank zijn voldaan. De wettelijke verhoging over het achterstallige loon is gematigd tot 10 procent, vanwege de financiële problemen van de werkgever.
Schadevergoeding en transitievergoeding
De werknemer heeft ook recht op een gefixeerde schadevergoeding, omdat het ontslag op staande voet het gevolg was van ernstig verwijtbaar gedrag van de werkgever. Deze vergoeding komt neer op twee maanden loon. Daarnaast moet de werkgever een transitievergoeding betalen. De arbeidsovereenkomst liep van januari 2017 tot het ontslag in december 2024. Omdat de werkgever zijn kernverplichtingen ernstig schond door vier maanden geen loon te betalen, is hij ook deze vergoeding verschuldigd.
Proceskosten voor rekening werkgever
De werkgever moet bovendien de proceskosten van de werknemer betalen, omdat hij grotendeels in het ongelijk is gesteld. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad. Dit betekent dat de werknemer niet hoeft te wachten op een eventueel hoger beroep om het geld te kunnen innen.