Een thuiszorgorganisatie heeft een verzorgende ten onrechte op staande voet ontslagen, zo oordeelt het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
De zorgmedewerkster trad in februari 2019 bij de thuiszorgorganisatie in dienst. In juli 2024 werd zij op staande voet ontslagen, nadat haar werkgever documenten ontving van haar ex-partner. Deze gegevens zouden wijzen op frauduleus handelen voor zorg aan een cliënt. Het zou gaan om facturen op naam van de thuiszorgorganisatie die de verzorgende indiende nadat de zorgverlening aan deze cliënt al was beëindigd.
Ook bleek uit een bankafschrift dat de cliënt in april 2023 een bedrag van €8.000 aan de vrouw had overgemaakt. De thuiszorgorganisatie stelde dat dit mogelijk verband hield met onterecht gedeclareerde zorg. Daarnaast verweet de organisatie de verzorgende dat zij zou hebben gewerkt voor een andere cliënt, terwijl de medewerkster zich had ziekgemeld. Dit zou haar herstel hebben belemmerd.
Kantonrechter: ontslag niet rechtsgeldig
De medewerkster startte een procedure bij de kantonrechter met het verzoek om het ontslag op staande voet te laten vernietigen. De kantonrechter gaf de zorgmedewerkster gelijk en oordeelde dat de organisatie te lang had gewacht met het ontslag na de eerste signalen van mogelijke fraude. Daardoor voldeed het ontslag niet aan het wettelijke vereiste van onverwijldheid. Ook vond de kantonrechter het onvoldoende bewezen dat de zorgmedewerkster betrokken was bij het opstellen of indienen van valse facturen. Evenmin was er te weinig bewijs dat zij tijdens haar ziekmelding werkzaamheden had verricht of haar herstel had belemmerd.

Onvoldoende betrouwbaar bewijs
De thuiszorgorganisatie ging in hoger beroep. Het hof ging echter mee in het oordeel van de kantonrechter en vond eveneens dat er onvoldoende betrouwbaar bewijs was geleverd voor de frauduleuze declaraties. De verklaringen van familieleden en de ex-partner, afkomstig uit een vechtscheiding, zijn onvoldoende onderbouwd en onbetrouwbaar bevonden. De overige redenen voor ontslag, zoals het aannemen van geld van een cliënt of het verrichten van nevenwerkzaamheden tijdens ziekte, werden door het hof eveneens ongegrond verklaard.
Vergoedingen
De verzorgende heeft recht op een transitievergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding. De kantonrechter kende aanvankelijk vijf maandsalarissen toe als billijke vergoeding. Het hof verlaagde dit bedrag naar €2000, omdat een Ziektewetuitkering het inkomensverlies van de verzorgende inmiddels compenseerde.
ECLI:NL:GHARL:2025:1857