De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Participatiewet in balans. Het voorstel bevat ruim twintig maatregelen die de Participatiewet op korte termijn moeten vereenvoudigen en verbeteren.
Het wetsvoorstel is bedoeld als eerste stap naar een fundamentele herziening van de Participatiewet. Het kabinet wil dat de wet begrijpelijker wordt en beter werkt voor mensen. Meer mensen zouden daardoor sneller aan het werk kunnen. Als dat nog niet lukt, moeten zij op andere manieren kunnen meedoen in de samenleving.
Aanpassing regels bijverdienen
Een van de belangrijkste doelen is het aantrekkelijker maken van werken naast een uitkering. Zo worden de bijverdiengrenzen uniformer. Ook komt er een bufferbudget van maximaal € 1.000 per jaar om schommelingen in inkomsten op te vangen. Daardoor hebben mensen meer financiële zekerheid als ze deels aan het werk gaan. Verder wordt het eenvoudiger om een bijstandsuitkering aan te vragen.
Taaleis blijft onderdeel van de wet
De taaleis blijft bestaan. Volgens staatssecretaris Jurgen Nobel is het belangrijk dat gemeenten mensen helpen om de Nederlandse taal te leren. Dat vergroot hun kans op werk. Gemeenten krijgen vanaf 2027 extra middelen voor taalonderwijs. De nadruk ligt daarbij op nieuwe instroom en mensen in de bijstand die baat hebben bij taalles.
Gefaseerde invoering vanaf 2026
Gemeenten mogen het wetsvoorstel stapsgewijs invoeren. Samen met onder andere de Vereniging van Nederlandse Gemeenten bekijkt het kabinet wanneer welke maatregel in werking treedt. De bedoeling is dat de eerste maatregelen op 1 januari 2026 ingaan. Dit is nog afhankelijk van goedkeuring door de Eerste Kamer.
