De kantonrechter in Rotterdam heeft de arbeidsovereenkomst tussen een warenhuis en een hulpverkoopmedewerker ontbonden. De medewerker weigerde mee te werken aan een verbetertraject na een negatieve beoordeling. Zij ontvangt wel een transitievergoeding.
Op 22 april 2024 kreeg de medewerker te horen dat zij “onder de norm” presteerde. Volgens de werkgever had zij een gesloten houding tegenover collega’s en klanten. Het warenhuis verwachtte van medewerkers dat zij de Mondo-waarden uitstraalden: “Modern, Opgewekt, Nuchter, Dapper en Open”. De werkgever stelde daarop een verbetertraject voor, maar de medewerker werkte daar niet aan mee.
Geen onderbouwing pestgedrag
De medewerker stelde dat zij werd gepest en psychisch schade opliep, maar onderbouwde deze klachten niet met concrete voorbeelden of medische stukken. De kantonrechter vindt het opvallend dat zij deze klachten pas na de negatieve beoordeling meldde. Dat maakt het verhaal niet per se ongeloofwaardig, maar roept volgens de rechter wel vragen op.
Verwijtbaar handelen
De werkgever probeerde de medewerker meerdere keren terug te laten keren op de werkvloer, inclusief een voorstel om het ingehouden salaris alsnog uit te betalen. De medewerker verscheen niet op het werk, gaf tegenstrijdige signalen en bleef onbereikbaar. Ze verzette zich tegen gesprekken met leidinggevenden en wilde niet starten met het verbetertraject. Volgens de kantonrechter werkte zij op geen enkel punt mee. Daarom is sprake van verwijtbaar handelen en ontbindt de rechter de arbeidsovereenkomst per 1 juni 2025.
Wel transitievergoeding
Van ernstig verwijtbaar handelen is echter geen sprake. De werkgever heeft de onderlinge verhoudingen verslechterd door de medewerker te schorsen en het loon stop te zetten. Dat gebeurde omdat volgens de werkgever sprake was van werkweigering. De kantonrechter oordeelt dat daarvan geen sprake was. De medewerker weigerde niet om te werken, maar wilde niet meewerken aan het verbetertraject onder de voorwaarden van de werkgever. Daardoor escaleerde de situatie. De schorsing zonder loon liep vanaf juni 2024 door tot het moment van de uitspraak. Dat is in strijd met de cao, die alleen een schorsing van maximaal één maand toestaat, met behoud van loon, en alleen vooruitlopend op een verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werkgever diende dat verzoek pas zeven maanden later in. Mede daarom heeft de medewerker recht op een transitievergoeding van € 3.381,96 bruto.
