De rechtbank Overijssel heeft een 53-jarige vrouw vrijgesproken van verduistering en misbruik van zorgsubsidies.
Volgens de rechtbank is niet bewezen dat zij ruim 9,5 ton aan subsidiegeld heeft toegeëigend of dat zij een bedrag van 21.000 euro heeft besteed aan andere doeleinden dan waarvoor het was bedoeld. Eerder vroegen het Openbaar Ministerie en de verdediging al om vrijspraak, zoals wij op 15 april meldden.
Privéopnames, maar geen bewijs van verduistering
De vrouw was (middellijk) bestuurder van twee commerciële zorg-BV’s die in opdracht van gemeenten, waaronder Almelo, ambulante begeleiding en beschermd wonen leverden. Tussen 2016 en 2018 ontving zij daarvoor zogenoemde budgetsubsidies. Tijdens haar bestuursperiode deed zij privéopnames en -uitgaven vanaf de zakelijke rekeningen. Onder meer tijdens bezoeken aan het casino. Toch stelt de rechtbank dat niet kan worden vastgesteld dat dit geld daadwerkelijk uit subsidies afkomstig was.
Omzet niet uitgesplitst
De BV’s ontvingen geld van meerdere partijen: gemeenten, het ministerie van Justitie, de Sociale Verzekeringsbank en particulieren. Omdat de omzet niet is uitgesplitst naar inkomstenbron, is onduidelijk welk deel subsidie betrof. De rechtbank kan daarom niet vaststellen of de verdachte subsidiegelden verduisterde of gebruikte in strijd met het doel waarvoor ze waren verstrekt. Ook kan het geld dat zij in het casino uitgaf afkomstig zijn geweest van niet-subsidiërende partijen.
Geen subsidiefouten of strafbare besteding
De rechtbank wijst er verder op dat de subsidievoorwaarden van de gemeente Almelo geen beperkingen stelden aan winst of bestemming van de gelden. De zorgbedrijven mochten zorg leveren met winstoogmerk. De subsidies waren toegekend aan de BV’s, niet aan de bestuurder persoonlijk. Daarmee rustte de verantwoordelijkheid voor de besteding van de subsidies op de vennootschappen.
Pleegplaats niet bewezen
Ook de locatie waarop de feiten zouden zijn gepleegd – Almelo – is volgens de rechtbank niet bewezen. De geldopnames vonden op verschillende locaties in Nederland plaats, terwijl in de dagvaarding alleen Almelo als pleegplaats werd genoemd. Dat maakt vervolging juridisch onmogelijk.
Geen strafbaar feit ondanks morele twijfel
Tijdens de zitting erkende de verdachte dat zij geld opnam en uitgaf in het casino. Toch is volgens de rechtbank, net als volgens het Openbaar Ministerie, geen sprake van een strafbaar feit. De feiten zoals die op de dagvaarding staan, zijn niet bewezen. Daarmee is de vrijspraak definitief.
