De Belastingdienst vindt dat veel waarnemend huisartsen schijnzelfstandig werken. Dat blijkt uit een voorlopige beoordeling die de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) na maanden aandringen ontving. De LHV waarschuwt dat hierdoor de continuïteit van huisartsenzorg in gevaar komt.
Sinds 1 januari 2025 controleert de Belastingdienst actief op schijnzelfstandigheid onder de Wet DBA. Ook in de huisartsenzorg vindt handhaving plaats. Op verzoek van minister Van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde de LHV een aantal praktijksituaties voor. De Belastingdienst stelt nu in haar voorlopige oordeel dat zij veel van deze situaties als schijnzelfstandigheid beschouwt.
Geen oog voor praktijk huisartsenzorg
Volgens de LHV houdt de Belastingdienst in haar beoordeling onvoldoende rekening met de specifieke kenmerken van de huisartsenzorg. Bestuurslid Hilly ter Veer zegt daarover: “Wij zijn van mening dat er in de beoordeling geen rekening is gehouden met wat werken in de zorg inhoudt en in de huisartsenzorg in het bijzonder. Zo zijn huisartsen volledig zelfstandig aansprakelijk voor het bieden van 24/7 uur zorg.”
Gevolgen continuïteit zorg
De LHV vreest dat het oordeel van de Belastingdienst grote gevolgen heeft voor de inzet van waarnemers, onder meer in de ANW-zorg en bij vervanging wegens ziekte of piekbelasting. Ter Veer: “Zonder de inzet van zzp’ers in zowel ANW als in de dagpraktijk lukt het niet om 7x 24 uur zorg voor alle mensen in Nederland te waarborgen.”
Inzet LHV op wijziging wetgeving
De definitieve beoordeling van de Belastingdienst volgt nog. De LHV geeft aan zich te blijven verzetten tegen het huidige standpunt. Ook blijft de organisatie zich inzetten voor betere wetgeving. De beoogde opvolger van de Wet DBA, de Wet Vbar, moet de huidige knelpunten oplossen.