Een verpleeghuis mocht een Huiskamer Assistent Seniorenzorg op staande voet ontslaan na ernstig en bedreigend gedrag richting collega’s.
De medewerker meldde zich in oktober 2024 ziek vanwege een voetblessure en verzocht vrijwel direct om vier maanden onbetaald verlof om zich op muziek te richten. Toen de zorginstelling liet weten dat dit niet mogelijk was, meldde hij zich volledig ziek. In de periode daarna stuurde hij talloze berichten naar onder meer zijn teamleiders, HR, de locatiemanager en bestuurders, waarin hij zich intimiderend uitliet. Hij beschuldigde de organisatie van wanbeleid en negeerde oproepen om op gesprek te komen.
Herhaald dreigend en intimiderend gedrag
Op 18 december 2024 stuurde de medewerker meerdere WhatsApp-berichten aan zijn teamleider. In die berichten stonden grove en dreigende teksten. Zoals: “Karma is een bitch vies wijf dat je bent”, “Jij komt nooit meer aan de bak in de zorg, believe me” en “Alle schade gaat mijn advocaten team hoofdelijk op je verhalen.” Hij eindigde met: “Maar dat zul je wel niet begrijpen met ik schat een iq van 89 maximaal.”
Enkele dagen later, op 21 december, reageerde hij onder een LinkedIn-vacature van de organisatie met ernstige beschuldigingen. Hij schreef onder meer: “Meest verrotte organisatie die er bestaat”, “Onbevoegd personeel, geen BHV, meerdere valincidenten” en “Personeel wat te goed is bedreigen ze.” Daarbij noemde hij meerdere collega’s en een advocaat bij naam. Ook dreigde hij dat zij nooit meer een publieke functie zouden mogen bekleden. Later die dag stuurde hij aan de locatiemanager, teamleider, bestuurder en advocaat berichten als: “Fuckers kutwijven jullie gaan eraan, ik heb jullie gewaarschuwd.” Aan de advocaat schreef hij onder meer: “Kutwijf vind ik hoer vind ik, iq van max 80, mingool”. Hij dreigde haar ook in de media te brengen.
Op 23 december verscheen hij onaangekondigd op de werkvloer, riep daar om zijn teamleider, sloeg op een glasplaat en gedroeg zich dusdanig agressief dat collega’s zich bedreigd voelden. Zijn teamleider deed aangifte, omdat hij haar op dat moment zou hebben geprobeerd van de trap te duwen. De politie arresteerde hem later die dag. De zorginstelling bevestigde daarop schriftelijk het ontslag op staande voet.
Ontslag terecht, ondanks ziekte
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet terecht is. De incidenten op 18, 21 en 23 december 2024 waren ernstig genoeg om het ontslag te rechtvaardigen. Bovendien handelde de zorginstelling snel. Volgens de rechter heeft de medewerker met zijn gedrag een groot gevoel van onveiligheid veroorzaakt bij meerdere collega’s. Twee teamleiders zijn sindsdien langdurig uitgevallen en krijgen psychische hulp.
De medewerker voerde aan dat zijn gedrag het gevolg was van een ernstige psychische stoornis. Zijn werkgever was werkgever daarvan op de hoogte. Volgens zijn behandelend psychiater verkeerde hij sinds oktober 2024 in een manische toestand, passend bij een bipolaire stoornis. Op het moment van het ontslag kreeg hij intensieve therapie en medicatie. De rechter onderschrijft dat de man tijdens de incidenten ernstig ontregeld was en het contact met de realiteit gedeeltelijk kwijt was.
De werkgever stelde dat de psychische ontregeling mogelijk mede werd veroorzaakt of verergerd door drugsgebruik. En dat hem daarom alsnog een verwijt te maken zou zijn. De kantonrechter verwerpt dat verweer: ook als middelengebruik een rol speelde, doet dat niets af aan het bestaan van een ernstige psychische stoornis. Volgens de rechter is het doorslaggevend dat de medewerker tijdens de incidenten niet toerekeningsvatbaar was.
Gebruik begrijpelijke taal niet doorslaggevend
De werkgever betoogde dat de medewerker zich kennelijk wel bewust was van zijn gedrag. Hij gebruikte immers in zijn berichten begrijpelijke taal. De kantonrechter gaat daar niet in mee. Begrijpelijke formuleringen sluiten een psychose of manie niet uit. En zeggen op zichzelf niets over toerekeningsvatbaarheid. De medische stukken schetsen volgens de rechter juist het beeld van iemand die volledig in de war was. En onder behandeling stond op een gesloten GGZ-afdeling. De ernst van de gedragingen en hun impact op de werkvloer rechtvaardigen het ontslag. Ook al treft de werknemer geen verwijt.
Werkgever moet vergoeding betalen
Vanwege het ontbreken van verwijtbaarheid moet de zorginstelling de wettelijke transitievergoeding van € 3.227,41 bruto betalen, met rente. Ook moet de organisatie de ingehouden gefixeerde schadevergoeding terugbetalen. De werkgever heeft niet aangetoond dat sprake was van opzet of schuld. Dat is wel vereist voor inhouding van die schadevergoeding.