Werkgevers willen medewerkers vaker op de fiets of met het ov laten reizen. Maar nieuwe regelingen of hogere vergoedingen leiden lang niet altijd tot het gewenste effect. Wat werkt wel?
Waarom informatie of geld vaak niet genoeg is om gedrag te veranderen? Omdat menselijk gedrag complex is en vaak niet rationeel. Dat valt te lezen in de whitepaper Re/thinking mobility van adviesbureau &Morgen. De publicatie benoemt zes veelvoorkomende misvattingen over het veranderen van reisgedrag. Ook laat het zien wat organisaties kunnen doen om medewerkers echt in beweging te krijgen. Denk aan het doorbreken van gewoontes, het slim inzetten van sociale normen en het verminderen van keuzestress.
Veranderen is makkelijker gezegd dan gedaan
Veel werkgevers hebben goede intenties. Ze willen bijdragen aan duurzaamheid of vitaliteit. Bijvoorbeeld door fietsen aantrekkelijker te maken of leaseauto’s te beperken. Maar gedrag verandert niet zomaar. Zeker niet als het om gewoontes gaat, zoals elke ochtend automatisch de auto instappen. Gedrag is vaak onbewust en emotioneel. Dat maakt het lastig te beïnvloeden.
Zes hardnekkige misvattingen
&Morgen noemt zes veelvoorkomende denkfouten in mobiliteitsbeleid:
1. “Mensen veranderen als het geld oplevert”
Financiële prikkels hebben effect, maar vaak alleen op korte termijn. Bovendien kan een beloning de intrinsieke motivatie ondermijnen. Wat beter werkt? Kleine verrassingen, directe waardering of aandacht op het juiste moment.
2. “Meer informatie leidt tot ander gedrag”
Informatie is belangrijk, maar niet doorslaggevend. Veel medewerkers filteren informatie onbewust of zien alleen wat hun bestaande beeld bevestigt. Daarom is het beter om persoonlijk te communiceren en ook eventuele zorgen serieus te nemen.
3. “Veel keuzevrijheid leidt tot betere keuzes”
Keuzevrijheid lijkt aantrekkelijk, maar teveel keuzes kunnen verlammend werken. Mensen vallen dan terug op oude routines. Help medewerkers daarom bij het kiezen. Bijvoorbeeld met een standaardoptie, zoals een mobiliteitsbudget als uitgangspunt.
4. “Mensen maken hun eigen keuzes”
De sociale omgeving heeft veel meer invloed dan we denken. Wat collega’s doen, bepaalt in hoge mate wat wij normaal vinden. Het helpt daarom als ambassadeurs hun positieve ervaringen delen of als de gewenste norm zichtbaar wordt in de organisatie.
5. “Intentie is hetzelfde als gedrag”
Veel medewerkers zeggen dat ze best vaker willen fietsen, maar in de praktijk gebeurt het niet. Die kloof overbrug je door concrete voornemens te stimuleren, te koppelen aan vaste dagen en zichtbaar te maken. Complimenten, reminders of een fietsmaatje helpen om gedrag vol te houden.
6. “Gedrag is rationeel”
Mensen kiezen niet per se het beste, maar wat comfortabel voelt, wat ze kennen of wat prettig is. Dus: maak gewenst gedrag makkelijk, aantrekkelijk of herkenbaar voor medewerkers.
Wat werkt wel?
Praktische interventies kunnen wel degelijk effect hebben. Denk aan het benutten van overgangsmomenten, zoals een nieuwe baan, het beperken van parkeerruimte, het inzetten van buddy’s of het organiseren van fietscompetities. Daarbij draait het steeds om het doorbreken van routines, het benutten van groepsdruk of het bieden van gemak. Succesvol mobiliteitsbeleid vraagt dus meer dan een regeling of een beloning. Het begint bij inzicht in hoe mensen echt keuzes maken. Wie gedrag wil veranderen, moet vooral kijken naar gewoontes, emoties of sociale normen, aldus het adviesbureau.
Bron: Whitepaper Re/thinking mobility – 6 misvattingen over het veranderen van (reis)gedrag, van adviesbureau &Morgen.