
Een huishoudelijke hulp in de thuiszorg heeft tevergeefs geprobeerd haar werkgever aansprakelijk te stellen voor een val van de trap tijdens haar werk. De kantonrechter in Rotterdam wees haar eisen af.
De zaak draaide om een arbeidsongeval dat plaatsvond op 7 april 2020. De werkneemster, in dienst bij een Rotterdamse zorgorganisatie, viel tijdens haar werkzaamheden bij een cliënt van de trap en brak haar enkel. Ze droeg op dat moment slippers. Ze stelde dat haar werkgever onvoldoende had gedaan om het ongeval te voorkomen en eiste ruim 69.000 euro schadevergoeding. Plus aanvullende schadevergoedingen voor onder andere verlies van arbeidsvermogen, kosten van huishoudelijke hulp en verminderde zelfwerkzaamheid en pensioenschade. Ook dagvaardde ze de verzekeraar van de thuiszorgorganisatie.
Alledaagse activiteit
De kantonrechter oordeelde dat de thuiszorgorganisatie niet aansprakelijk is. De rechter verwijst naar vaste rechtspraak over arbeidsongevallen als gevolg van een val van een trap. Zonder bijkomende bijzondere omstandigheden wordt dan niet snel aangenomen dat de werkgever aansprakelijk is. Het gebruik van een trap is volgens de rechter een alledaagse activiteit. De werkgever hoeft daarbij in de regel geen extra maatregelen te treffen. Ook mag de werkgever erop vertrouwen dat werknemers algemene oplettendheid en normale voorzichtigheid in acht nemen.
Natte trap
Dat is in deze zaak niet anders. Het betoog van de werkneemster dat de thuiszorgorganisatie haar had moeten instrueren geen slippers te dragen en haar had moeten voorzien van goede schoenen, wordt niet gevolgd. De rechter vindt niet aannemelijk dat deze verplichting bij de werkgever lag. De werkneemster werkte bovendien al sinds 2017 bij deze cliënt. Het ging hier om een normale handeling: met een lichte vuilniszak de trap aflopen. Ook van bijzondere omstandigheden is geen sprake. Dat de trap nat zou zijn geweest, maakt dat niet anders. “Een natte trap vraagt eerder méér oplettendheid en voorzichtigheid”, aldus de kantonrechter. Daarbij komt dat de trap zich bevond op een locatie waarover de thuiszorgorganisatie geen zeggenschap had.
De eisen van de werkneemster zijn afgewezen. Ze moet de proceskosten van in totaal € 1.765,- vergoeden aan de thuiszorgorganisatie en de verzekeraar.