De Hoge Raad oordeelt dat lijmrestverwijderaars voor stomapatiënten onder voorwaarden vergoed moeten worden op grond van de Zorgverzekeringswet.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat lijmrestverwijderaars, als deze worden gebruikt om beschadiging of pijn bij het verwijderen van een stomaplak te voorkomen, onder de te verzekeren prestaties vallen. In die gevallen zijn ze aan te merken als huidbeschermend hulpmiddel en dus onderdeel van de hulpmiddelenzorg zoals bedoeld in artikel 2.11 van de Regeling zorgverzekering.
Functie is doorslaggevend
Volgens de Hoge Raad is de functie van het hulpmiddel in de praktijk doorslaggevend voor de vraag of vergoeding mogelijk is. Daarbij sluit hij aan bij het principe van functiegerichte omschrijving in de regelgeving. Dat houdt in dat niet de naam of algemene werking van een middel telt, maar de concrete toepassing bij de verzekerde. De Hoge Raad stelt dat “de functie waarin het middel in een concreet geval wordt toegepast, beslissend is voor het antwoord op de vraag of het onder de te verzekeren prestaties valt”.
Schoonmaakmiddelen niet vergoed
Lijmrestverwijderaars die stomapatiënten puur gebruiken om de huid schoon te maken, blijven uitgesloten van vergoeding. Die vallen onder de uitzonderingen in artikel 2.11 lid 3 van de Regeling zorgverzekering. Daarin staat dat de zorgverzekeraar schoonmaakmiddelen niet vergoed. Maar als het middel nodig is om schade of pijn aan de huid te voorkomen bij het verwijderen van stomaplakken, is het wel een te verzekeren hulpmiddel.
Discussie over declaraties
De zaak draaide om een geschil tussen VGZ en MediReva. VGZ had in eerdere jaren een bedrag van ruim € 2 ton vergoed voor geleverde lijmrestverwijderaars, maar trok dit later terug na controle. De zorgverzekeraar verrekende het bedrag met latere declaraties van MediReva, omdat volgens VGZ geen recht op vergoeding bestond. MediReva stapte naar de rechter en kreeg uiteindelijk in alle instanties gelijk.
De rechtbank Gelderland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden stelden eerder al vast dat het gebruik van lijmrestverwijderaars bij stomapatiënten met een gevoelige huid een geaccepteerd onderdeel is van de behandeling. Daarbij verwezen ze onder meer naar ervaringen uit de praktijk en verklaringen van zorgverleners. Het hof stelde bovendien dat het Zorginstituut Nederland ten onrechte een beperkte uitleg had gehanteerd van wat als huidbeschermend middel moet gelden.
De Hoge Raad verwerpt nu ook het cassatieberoep van VGZ. De overige klachten van de zorgverzekeraar besprak de Hoge Raad niet inhoudelijk. Deze leverden geen juridische nieuwheid of belang voor de rechtseenheid op.
ECLI: ECLI:NL:HR:2025:851

