
De val van het kabinet heeft ook gevolgen voor de aanpak van schijnzelfstandigheid. Wat betekent dit voor zorgorganisaties die werken met zzp’ers?
Voor de kabinetsval op 3 juni 2025 was de zzp-problematiek al een belangrijk politiek thema. Ik verwacht dat die aandacht alleen maar zal toenemen. Hoewel er een afname van zzp’ers is waargenomen, wordt het aantal zzp’ers in 2025 nog steeds geschat op ongeveer 1,06 miljoen. Dat is een flink electoraal potentieel. En volgens mij weten VVD, D66, CDA en de SGP, die onlangs de Zelfstandigenwet hebben ingediend, dat ook maar al te goed. En toen kwam de kabinetsval.
Ik kan mij voorstellen dat zorginstellingen zich nu de vraag stellen: wijzigt dit iets op korte of lange termijn? En heeft dat invloed op wat er moet gebeuren met het zzp-vraagstuk? Ik denk dat het een mijnenveld blijft en leg je graag uit waarom dat zo is.
VBAR versus Zelfstandigenwet
De VBAR (Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden) stond ingepland om voor de zomer door de Tweede Kamer te gaan. Er is ondertussen echter een concurrerend wetsvoorstel ingediend, de Zelfstandigenwet. De VBAR kijkt vanuit het perspectief van werknemerschap: wanneer is iemand eigenlijk een werknemer, ook al werkt diegene als zelfstandige? De Zelfstandigenwet draait het om: wanneer is iemand écht een zelfstandige?
Deze laatste wet introduceert twee toetsen: de Zelfstandigentoets en de Werkrelatietoets. De Zelfstandigentoets beoordeelt of de zzp’er zich als een echte ondernemer gedraagt. De Werkrelatietoets beoordeelt of er in de relatie met de desbetreffende opdrachtgever echte zelfstandigheid bestaat. Een onafhankelijke commissie gaat hierover oordelen en de zzp-status vaststellen. Dan krijg je een soort van stempel, maar dit is een garantie tot aan de voordeur.
En dan er zijn nog wat sectorale rechtsvermoedens, voor werkenden in een bepaalde sector. Als men in die sector werkt als zzp’er dan is men per definitie een werknemer tenzij de opdrachtgever bewijst dat er toch sprake is van zelfstandigheid/ondernemerschap. Dit wil men in de bouw, schoonmaak en vervoerssector introduceren, maar risicovolle sectoren, zoals de zorg, zouden daar ook zomaar onder kunnen gaan vallen.
Sociale zekerheid
Deze Zelfstandigenwet wil bovendien de sociale zekerheid voor zzp’ers waarborgen door een verplicht pensioen en arbeidsongeschiktheidsverzekering. Dit vanuit de beschermingsgedachte van de sociaal zwakkere partij; de Nederlandse verzorgingsstaatgedachte die daar weer om de hoek komt kijken. Tot dusver de vrijheid van een zelfstandige.
Effect kabinetsval op wetgeving en handhaving?
Maar goed, zo ver is het allemaal nog niet en de grote vraag is natuurlijk wat er zal gebeuren met deze wetsvoorstellen. Door de val van het kabinet acht ik de kans groot dat beide wetsvoorstellen controversieel worden verklaard. De Tweede Kamer neemt hierover een besluit in de week van 26 juni. Dat betekent dat de VBAR niet wordt ingediend voor deze zomer en in de ijskast gaat tot na de verkiezingen.
Ik denk zelfs dat de VBAR helemaal zal sneuvelen. Politieke partijen zullen zich in verkiezingstijd waarschijnlijk richten op het electoraal aantrekkelijke zzp’er-segment. De Zelfstandigenwet lijkt dan kansrijker. Deze lijkt optisch meer in het voordeel van de zzp’ers, maar dat valt eigenlijk ook wel reuze mee. Ook hier staat de bemoederende beschermingsgedachte voorop (en dat is niet persé verkeerd) en er is nog steeds geen keuzevrijheid om zzp’er te zijn. De feiten zijn bepalend en niet de wil van partijen. Iedereen kan overigens nog een persoonlijke mening geven over deze wet vanwege de Internetconsultatie tot 23 juni 2025. Doe dat vooral als je nu invloed wilt uitoefenen voor hoe het met deze wet verder gaan na de verkiezingen.
Toename fiscale én arbeidsrechtelijke handhavingsrisico’s DBA
Ondertussen blijven we dus door gebrek aan wetgeving zitten met die kwalificatieproblematiek. Des te lastiger, omdat de fiscus door de DBA-handhaving (risico naheffingen loonheffing) wel het hele bedrijfsleven dwingt om dit jaar een afslag te nemen en te stoppen met schijnzelfstandigen. Alleen dit jaar is een zachte landing zonder boetes, maar wel naheffingen nog mogelijk. We zullen het dus moeten blijven doen met de tools die de Belastingdienst aanreikt (vragenlijsten, uitleg brochures, zzp- webmodules).
En ook met de kwalificatiecriteria die de civiele rechter heeft aangereikt in de Deliveroo- en UBER-zaken. Dat is geen gemakkelijke opgave, omdat civiele rechters die criteria heel wisselend toepassen. Steeds meer zzp’ers stappen naar de rechter met werknemersclaims, bijvoorbeeld voor ontslagvergoedingen, vakantiegeld en -dagen, pensioenbijdrages et cetera. Je ziet in deze zaken dat de zzp’er van stuivertje wisselt zodra de opdrachtgever de opdracht opzegt, er ruzie ontstaat of wanneer er arbeidsongeschiktheid of een arbeidsongeval optreedt.
Dat risico vergeet en onderschat men vaak qua kansen en financiële schades. De rechter beslist per geval. En de uitkomst is onvoorspelbaar: ongeveer de helft van de zaken valt uit in het voordeel van de zzp’er en de helft in het voordeel van de opdrachtgever.
Let op: bij toewijzing kunnen claims met terugwerkende kracht tot vijf jaar (en voor pensioen zelfs langer) worden opgeëist.
Wat kun je als zorgorganisatie nu doen om risico’s zzp’ers te verkleinen?
Zorginstellingen doen er verstandig aan hun zzp-constructies kritisch tegen het licht te houden. Enkele adviezen:
- Stop met schijnzelfstandigen, niet persé met alle zzp’ers.
- Zorg dus dat je met een DBA-expert objectief de individuele arbeidsrelaties tussen zzp’ers en opdrachtgevers holistisch weegt op basis van de Deliveroo-criteria.
- Laat je adviseren of het nog mogelijk is om de werkwijze aan te passen, zodat er geen sprake is van schijnzelfstandigheid. Is dat niet mogelijk? Dan moet je dit jaar een beslissingen nemen om de overeenkomst van opdracht om te zetten in een arbeidsovereenkomst. Dit kan door middel van een speciale omzettingsovereenkomst om de instroomrisico’s te beperken.
- Beëindig schijnconstructies zorgvuldig. Overweeg een vaststellingsovereenkomst om claims achteraf te beperken.
Hella Vercammen is ondernemingsjurist en directeur van The Legal Company B.V. Zij is gespecialiseerd in het oplossen van zzp-problematiek.

