Het ziekteverzuim onder werknemers steeg in het eerste kwartaal van 2025 naar 5,8 procent. Dat is hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder. Griep, verkoudheid en andere virusinfecties waren de belangrijkste redenen. De sector zorg en welzijn kende opnieuw het hoogste ziekteverzuim. Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS.
Ziekteverzuim volgt een vast patroon. In de winter verzuimen werknemers vaker dan in de zomer. Daarom vergelijkt het CBS de cijfers met dezelfde kwartalen in andere jaren. Met 5,8 procent lag het verzuim dus hoger dan de 5,5 procent in 2024 (voorlopig cijfer) en ook dan de 5,7 procent in 2023. Een verzuim van 5,8 procent betekent dat van elke 1.000 te werken dagen er 58 zijn verzuimd wegens ziekte.
Sector zorg en welzijn opnieuw bovenaan
De sector zorg en welzijn had met 8,1 procent het hoogste ziekteverzuim. Dit percentage lag daarmee hoger dan een jaar eerder, toen het 7,8 procent was. Vooral in de verpleging, verzorging en thuiszorg was het verzuim hoog: 9,7 procent. In de geestelijke gezondheidszorg en overige zorg en welzijn steeg het verzuim eveneens fors. Alleen in het sociaal werk daalde het ziekteverzuim licht. Verder steeg het verzuim in bijna alle bedrijfstakken. Toch waren er uitzonderingen. Zo daalde het ziekteverzuim in de horeca en landbouw licht. De horeca kende met 3,4 procent het laagste ziekteverzuim. Ook in cultuur, sport en recreatie nam het verzuim af.
Werkgerelateerd verzuim vaak in zorg en onderwijs
Van de werknemers die in 2024 verzuimden, zei 22 procent dat hun afwezigheid (deels) kwam door het werk. De belangrijkste oorzaken waren hoge werkdruk (27 procent), besmetting op de werkvloer (15 procent) en fysiek zwaar werk (12 procent). Vooral in de sector zorg en welzijn (27,2 procent) en het onderwijs (28,4 procent) koppelden veel werknemers hun verzuim aan het werk. In sectoren zoals financiële dienstverlening (16 procent) en horeca (18,1 procent) lag dat aandeel duidelijk lager.
