Een activiteitenbegeleider van een instelling voor mensen met psychiatrische problemen werd tijdens haar werk geslagen door een cliënt. Ze stelt zowel de cliënt als haar werkgever aansprakelijk voor de schade die ze daardoor opliep. De rechtbank Zeeland-West-Brabant moest oordelen wie van hen daarvoor verantwoordelijk is.
De gebeurtenis vond plaats op 19 oktober 2022. De werkneemster wilde die ochtend een taalspel doen met de cliënt, die normaal goed op die activiteit reageerde. Omdat de gebruikelijke ruimte niet beschikbaar was, vond de activiteit plaats in de huiskamer van de cliënt. Tijdens het uitdelen van koffie kreeg de werkneemster onverwacht een klap tegen haar rechterslaap. Een tweede klap wist zij af te weren. De werkneemster meldde zich daarna ziek en ontvangt inmiddels een WIA-uitkering.
Aansprakelijkheid cliënt
De werkneemster stelde zowel de cliënt als haar werkgever aansprakelijk voor de schade die zij door het incident heeft geleden. Volgens haar is de klap aan te merken als een onrechtmatige daad van de cliënt, terwijl de werkgever tekort zou zijn geschoten in het naleven van haar zorgplicht. De rechtbank volgt het standpunt van de werkneemster ten aanzien van de cliënt: het slaan van een medewerker is onrechtmatig en aan de cliënt toe te rekenen, ook al heeft hij een psychische stoornis. Dat de bewindvoerder namens de cliënt ontkende dat het incident had plaatsgevonden, doet daar volgens de rechter niet aan af. De feitelijke toedracht is volgens de rechtbank voldoende komen vast te staan.
Aansprakelijkheid werkgever
Of de werkgever ook aansprakelijk is, hangt af van de vraag of deze zijn zorgplicht is nagekomen. De werkneemster stelt dat zij niet op de hoogte was van de onrust die de cliënt de dag ervoor had laten zien. Ook vond de activiteit plaats in een voor de cliënt ongebruikelijke ruimte. Volgens haar had de werkgever moeten zorgen voor een betere overdracht van informatie en mogelijk aanvullende maatregelen, zoals extra begeleiding. De werkgever stelt dat de klap onverwacht kwam en niet te voorkomen was, en dat alle protocollen waren gevolgd.
Bewijsopdracht
De rechter geeft de werkgever nu een bewijsopdracht. Die moet aantonen dat zij heeft voldaan aan haar zorgplicht, specifiek door te bewijzen dat de onrust op 18 oktober 2022 en/of de verplaatsing van de activiteit niet hebben bijgedragen aan het incident de volgende dag. De zaak wordt voortgezet totdat de werkgever het bewijs heeft aangeleverd.