Een HR-teamleider van de gemeente Rotterdam mag niet terugkeren in haar functie. Het hof bekrachtigt het ontslag vanwege een ernstig verstoorde arbeidsverhouding.
Het gerechtshof Den Haag oordeelde op 17 juni 2025 dat de arbeidsovereenkomst tussen een HR-teamleider en de gemeente Rotterdam terecht is beëindigd. De vrouw werkte sinds 2019 binnen het cluster Bestuurs- en Concernondersteuning als teamleider HR Ontwikkeling. In deze functie gaf zij leiding aan een team binnen de HR-afdeling van de gemeente. Eind 2022 kreeg zij van haar leidinggevende te horen dat haar manier van communiceren weerstand opriep en dat zij moest uitkijken naar een andere functie. Niet lang daarna meldden zich tien medewerkers bij de vertrouwenspersoon met signalen over een onveilige werksfeer.
Geen herstel mogelijk
De teamleider kreeg een week de tijd om te reflecteren op de meldingen. Zij gaf aan zich niet in de klachten te herkennen en wilde haar functie behouden. De gemeente vond dat zij geen verantwoordelijkheid nam voor haar eigen gedrag en wees op een gebrek aan zelfreflectie. In een kort geding stelde de kantonrechter vast dat de verklaringen van de melders uitgebreid en concreet waren. Daartegenover had de teamleider geen inhoudelijke weerlegging gegeven. Ook in de hoger beroepsprocedure heeft zij volgens het hof geen open houding laten zien richting haar team of werkgever.
Geen professionele reactie van leidinggevende
Volgens het hof had de gemeente haar aanvankelijk beter moeten begeleiden. Er was geen formeel verbetertraject gestart en zij werd vrij plotseling geconfronteerd met het verzoek om naar een andere functie om te zien. Toch is dat volgens het hof onvoldoende reden om het ontslag ongedaan te maken. De schriftelijke verklaringen van meerdere medewerkers beschrijven een patroon van onveiligheid, uitsluiting en weinig ruimte voor tegenspraak. Van een leidinggevende mag dan een andere, meer professionele opstelling worden verwacht. De reactie van de teamleider op de meldingen bevestigt volgens het hof juist het beeld dat zij geen ruimte laat voor kritiek en anderen beschuldigt van kwade intenties.
Escalatie door beschuldigingen richting directie
In plaats van een oplossing te zoeken, escaleerde het conflict verder. De teamleider wees passende functies buiten de HR-directie af, omdat zij niet akkoord wilde gaan met een positie zonder leidinggevende taken. In mails aan de gemeentesecretaris en een wethouder beschuldigde zij vervolgens leidinggevenden van pesterijen, intimidatie en fraude. Volgens het hof maakte zij zich daarmee mede schuldig aan het verder verstoren van de verhoudingen. Een herstel van vertrouwen of plaatsing elders binnen de organisatie was daardoor niet meer mogelijk.
Geen recht op herstel of extra vergoeding
De vrouw had in hoger beroep verzocht om terugkeer in een leidinggevende functie en vernietiging van het eerdere oordeel. Het hof wijst dat verzoek af. Een herstel van de arbeidsovereenkomst of een billijke vergoeding is niet aan de orde. De gemeente hoeft alleen de transitievergoeding van € 18.862 bruto te betalen. De voormalig HR-teamleider moet daarnaast de proceskosten van het hoger beroep betalen, een bedrag van € 3.404.
