Schijnzelfstandigheid komt voor als iemand wordt ingehuurd als zzp’er, terwijl er eigenlijk sprake is van loondienst. Dit is te zien aan de manier waarop de werknemer het werk uitvoert. Ook in de zorg is het belangrijk om goed te beoordelen of iemand echt zelfstandig werkt.
Zorgorganisaties schakelen regelmatig zzp’ers in om gaten in het rooster te vullen, bijvoorbeeld bij ziekte, vakantie of tijdelijke drukte. Dat lijkt een snelle en flexibele oplossing. Toch is de inzet van een zzp’er niet altijd toegestaan. De reden voor de inzet maakt namelijk niet uit. Het gaat erom hoe de werknemer het werk in de praktijk uitvoert. Werkt iemand onder toezicht of leiding? Neemt de zzp’er precies de taken van een vaste medewerker over? Dan kan dat wijzen op loondienst.
De Belastingdienst kijkt vooral naar de werkomstandigheden. Geeft een teamleider opdrachten? Moet de zzp’er zich houden aan vaste werktijden of interne regels? Dan is de kans groot dat er sprake is van gezag. In dat geval voldoet de werkrelatie mogelijk niet aan de voorwaarden voor zelfstandigheid.
Meer vragen en antwoorden over schijnzelfstandigheid vind je op de website van de Rijksoverheid.
Bron: Rijksoverheid