Een ambulant begeleidster van psychiatrische cliënten kreeg een boete, omdat ze haar auto parkeerde op een gehandicaptenparkeerplaats zonder zichtbare geldige parkeerkaart. Ze stapte naar de rechter en legde uit waarom ze daar toch stond.
De zorgmedewerkster had haar auto op 16 november 2023 geparkeerd op een gehandicaptenparkeerplaats aan het Lloydsterras in Veendam. Ze erkende dat zij daar formeel niet mocht staan, maar gaf aan dat zij de gedraging had begaan tijdens haar werk als ambulant begeleidster. Haar cliënt was beperkt en kon volgens haar de afstand vanaf een reguliere parkeerplek niet overbruggen. Bovendien moest zij snel medicatie ophalen bij de apotheek en kon ze de cliënt niet lang alleen laten. Omdat ze reed in haar eigen auto, zonder het logo van de zorgorganisatie, was voor de handhaver niet zichtbaar dat het om werk ging. Volgens de zorgmedewerkster worden dienstauto’s met logo meestal niet bekeurd.
Werkgever had verklaring kunnen afgeven
De officier van justitie vond dat er geen reden was om de boete kwijt te schelden. Volgens de vertegenwoordiger had de begeleidster geen verklaring van haar werkgever overgelegd en was het aan de handhaver om in dit soort gevallen al dan niet een boete op te leggen.
De kantonrechter vond echter dat het beroep van de zorgmedewerkster gegrond was. Hij stelde vast dat de vrouw inderdaad fout had geparkeerd, maar nam ook haar toelichting serieus. Volgens de rechter had ze met de beste bedoelingen gehandeld en stond ze maar kort op de plek. Wel had ze haar verweer beter kunnen onderbouwen, bijvoorbeeld met een werkgeversverklaring. Toch gaf de rechter aan begrip te hebben voor haar situatie en schold hij de boete volledig kwijt.