De Nationale Strategie Vrouwengezondheid 2025–2030 moet binnen de sector Zorg & Welzijn leiden tot minder verzuim, meer capaciteit en lagere zorgkosten.
Dat schrijft minister Daniëlle Jansen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in de brief aan de Tweede Kamer bij de Nationale Strategie Vrouwengezondheid 2025–2030.
Gerichte acties voor betere zorg
Vrouwen leven gemiddeld langer dan mannen, maar brengen minder jaren in goede gezondheid door. Volgens de minister vraagt dit om een gerichte aanpak van vrouwspecifieke en vrouwsensitieve aandoeningen. Daarom richt de strategie zich op betere kennis, tijdige en passende zorg en samenwerking tussen betrokken partijen. De strategie bestaat uit drie kernthema’s.
Het eerste thema gaat over meer kennis en innovatie. Dit betekent onder andere meer onderzoek naar aandoeningen zoals endometriose, snellere vertaling van kennis naar richtlijnen, en meer aandacht voor vrouwen in medische opleidingen. Het tweede thema richt zich op tijdige zorg en goede informatie gedurende de hele levensloop. Daarbij hoort bijvoorbeeld voorlichting voor meisjes, begeleiding rond zwangerschap en de overgang, en betere samenwerking tussen zorgverleners. Het derde thema draait om bewustwording en het bundelen van krachten, onder andere door inbreng van ervaringsdeskundigen en samenwerking tussen zorg, beleid en onderwijs.
Levensloopbenadering centraal
In alle onderdelen van de strategie is er aandacht voor de veranderende gezondheidsbehoeften in verschillende levensfasen. Deze levensloopbenadering maakt onderscheid tussen drie groepen: meisjes en jongvolwassenen (bijvoorbeeld menarche en seksuele vorming), vrouwen in de werkende of zorgdragende levensfase (zoals menstruatieklachten, overgang en zwangerschap) en oudere vrouwen (bijvoorbeeld post-menopauzale klachten en gezond ouder worden). Vroege signalering en passende ondersteuning moeten helpen om gezondheidsproblemen in latere levensfasen te voorkomen.
Maatregelen voor bewustwording en preventie
Het kabinet vergroot ook de bewustwording in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Zo willen ze de overgang beter bespreekbaar maken en wordt de kennis van bedrijfsartsen versterkt. Daarmee moet de herkenning van klachten toenemen en onnodig ziekteverzuim worden voorkomen. Daarnaast stelt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid € 250.000 beschikbaar voor het opstellen van een richtlijn over de overgang voor bedrijfsartsen. Deze richtlijn wordt in 2025 afgerond.
Samenwerking en beleidsmaatregelen
De strategie wordt uitgewerkt in een werkagenda, die in het najaar van 2025 wordt besproken op een landelijke werkconferentie. De minister geeft aan dat bestaande programma’s en middelen zoveel mogelijk worden benut. Voor onderzoek is er inmiddels € 15 miljoen beschikbaar via het ZonMw-programma Vrouwspecifieke Gezondheid.
Minister Jansen heeft de strategie opgesteld in samenwerking met zorgverleners, onderzoekers en patiëntenorganisaties. Meerdere ministeries zijn betrokken, zoals OCW en SZW. Zo ondersteunt OCW de alliantie Gezondheidszorg op Maat en ontwikkelt SZW richtlijnen en campagnes rond de overgang en werk. Binnen de sector Zorg & Welzijn, waar het grootste deel van de werknemers vrouw is, moet dit leiden tot minder verzuim, meer capaciteit en lagere zorgkosten.
Meer informatie
Meer informatie is te vinden in de Nationale Strategie Vrouwengezondheid 2025–2030 op rijksoverheid.nl. De werkagenda volgt later dit jaar.
