Tientallen zorgorganisaties, patiënten en cliënten sloten op 3 juli 2025 samen met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Wat staat erin en wat betekent dit voor HR?
Vanaf 2030 mogen zorgprofessionals maximaal 20 procent van hun tijd aan administratie besteden. Daarom schalen partijen bestaande doorbraakprojecten op, zoals het ZIRE-project op ic-afdelingen en geautomatiseerde postverwerking in huisartsenpraktijken. Ook bouwen zij het aantal machtigingen en verklaringen dat zorgverleners moeten invullen verder af. Bovendien versimpelen zij inkoop- en verantwoordingsregels. Brancheorganisaties en de overheid ondersteunen zorginstellingen hierbij.
Technologie als arbeidsbesparing
Zorginstellingen gaan generatieve AI gebruiken voor onder meer spraakgestuurd rapporteren en capaciteitsplanning. Daarnaast zetten zij in op medische technologie die werkdruk vermindert, zoals sensoren, digitale beslisondersteuning en tilhulpmiddelen. In 2027 en 2028 stellen partijen hiervoor €400 miljoen beschikbaar. Ook ontwikkelen zij standaarden en trainingen, zodat zorgverleners de technologie veilig en effectief kunnen gebruiken.
Investeren in scholing en ontwikkeling
Vanaf 2029 komt er structureel €185 miljoen beschikbaar voor opleiden en ontwikkelen van zorgverleners buiten het ziekenhuis. Daarnaast heeft het ministerie €60 miljoen gereserveerd voor opleidingen in de wijkverpleging. De eerder aangekondigde bezuiniging van €165 miljoen op ziekenhuisopleidingen is geschrapt. Regio’s maken onderling afspraken over leertrajecten. Verder breiden partijen vervolgopleidingen uit, bijvoorbeeld voor verzorgenden IG, verpleegkundig specialisten en sociaal werkers. Zij leggen meer nadruk op digitale vaardigheden, samenwerking met het sociaal domein en passende zorg. Bovendien stellen zij €18 miljoen beschikbaar om samen met zorgprofessionals richtlijnen te ontwikkelen en actualiseren.
Verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg (VVT)
Wijkverpleegkundigen krijgen een centrale rol in domeinoverstijgend indiceren. Zij mogen straks ook hulpmiddelen en huishoudelijke hulp indiceren die nu onder de Wmo vallen. Hiervoor stelt het Rijk €20 miljoen beschikbaar. Deze werkwijze voorkomt dubbel werk en bespaart tijd. Verder breiden partijen in de langdurige zorg het programma “Zinnig en Simpel Verantwoorden” uit, met minder administratieve controles en een vereenvoudigd cliëntdossier. Daarnaast stimuleren zij de inzet van technologie die fysieke belasting vermindert, zoals tilliften en sensoren. Ook maakten zij extra afspraken over palliatieve zorg en ondersteuning bij dementie.
Geestelijke gezondheidszorg (GGZ)
De ggz verschuift de behandelcapaciteit naar mensen met complexe problematiek. Voor lichtere zorgvragen bieden instellingen vaker digitale trajecten of groepsbehandelingen aan. Vanaf 2026 mogen aanbieders in principe geen exclusiecriteria meer gebruiken. Zorgverzekeraars gaan cliënten met lange wachttijden daarom actief benaderen voor bemiddeling. Verder verbeteren partijen de consultatie tussen huisartsen, ggz en het sociaal domein, zodat cliënten sneller passende zorg ontvangen.
Gehandicaptenzorg
Ook in de langdurige gehandicaptenzorg breiden partijen het programma “Zinnig en Simpel Verantwoorden” verder uit. Zij onderzoeken daarnaast hoe zij domeinoverstijgend indiceren kunnen toepassen binnen andere doelgroepen in de Wlz. Ervaringen uit de ouderenzorg vormen hiervoor het uitgangspunt. Verder maakten de betrokken partijen aanvullende afspraken over palliatieve zorg.
Ziekenhuizen
Ziekenhuizen voeren succesvolle projecten op grotere schaal uit, zoals dagbehandelingen in plaats van opnames en ZIRE op intensivecareafdelingen. Daarnaast investeren zij structureel in netwerksamenwerking, kennisdeling en regionale afstemming. Voor professionals buiten de umc’s ontstaat hierdoor meer ruimte voor vervolgopleidingen en strategische ontwikkeling.
Meer ruimte voor kerntaken
Volgens het ministerie van VWS zorgen de afspraken in het akkoord ervoor dat zorgverleners meer ruimte krijgen voor hun kerntaken. “Onze inzet is dat medewerkers meer tijd overhouden voor het echte werk: zorg en ondersteuning,” aldus het ministerie. “Daarom maken we afspraken die regeldruk verminderen en technologische ondersteuning versnellen.” Ook V&VN benadrukt het belang van de afspraken voor de dagelijkse praktijk van zorgprofessionals. “Het werk van zorgprofessionals is door deze akkoorden morgen niet ineens anders,” zegt voorzitter Bianca Buurman. “Maar er zijn wél afspraken gemaakt die ons helpen om de uitdagingen van de toekomst beter aan te kunnen. Ik ben trots dat we dit hebben bereikt voor de zorgverleners.”
Wat betekent het akkoord voor HR?
De afspraken in het AZWA vragen om aanpassingen in de organisatie van werk, opleiden en teamsamenstelling. Zo moeten instellingen werkprocessen zo inrichten dat de administratiedruk daadwerkelijk daalt. HR speelt hierbij een rol, bijvoorbeeld bij het schrappen of herverdelen van taken en het ondersteunen van teams in deze omslag.
De extra investeringen in opleiden en ontwikkelen bieden mogelijkheden voor bredere inzet van bij- en omscholing. Hierdoor ontstaan kansen om instroomprogramma’s uit te breiden en medewerkers voor te bereiden op veranderende taken, zoals het gebruik van AI en andere technologie. In sectoren zoals de VVT kan domeinoverstijgend indiceren gevolgen hebben voor functiebeschrijvingen en teamstructuur. Ook kunnen nieuwe richtlijnen voor passende zorg leiden tot aanpassingen in werkwijzen. HR kan hierbij ondersteunen door scholing te organiseren en werkafspraken in teams te begeleiden.
Verder vraagt het akkoord om versterking van samenwerking over domeinen heen, het stimuleren van vakmanschap en het creëren van een lerende cultuur. Voor HR betekent dit onder meer het mogelijk maken van reflectie in teams, het bevorderen van professionele ruimte en het ondersteunen van interprofessionele samenwerking.
Consultatie achterban
Met het AZWA willen het kabinet en de zorgsector het personeelstekort in de zorg in 2028 met 100.000 mensen beperken. De betrokken partijen leggen het akkoord deze zomer ter consultatie voor aan hun achterbannen. Naar verwachting ondertekenen zij de definitieve versie in september 2025.