Op 7 juli 2025 heeft het kabinet het wetsvoorstel Vbar ingediend bij de Tweede Kamer. Het voorstel moet duidelijk maken wanneer iemand als zzp’er werkt en wanneer als werknemer. En biedt extra bescherming aan laagbetaalde zelfstandigen.
Met de Wet Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (Vbar) wil het kabinet vastleggen wanneer sprake is van werknemerschap en wanneer van zelfstandig ondernemerschap. Het kabinet verduidelijkt de bestaande juridische criteria. Bijvoorbeeld over de mate van aansturing en het ondernemersrisico. Door deze criteria in de wet op te nemen, moeten zzp’ers en opdrachtgevers beter weten waar ze aan toe zijn.
Sterkere positie voor zzp’ers met laag tarief
Nieuw in de wet is het rechtsvermoeden van werknemerschap voor zzp’ers die minder dan € 36 per uur verdienen. Zij kunnen straks makkelijker stellen dat ze eigenlijk werknemer zijn. De opdrachtgever moet dan aantonen dat dit niet zo is. Bij erkenning als werknemer krijgen deze zzp’ers recht op loondoorbetaling bij ziekte, zwangerschapsverlof, ontslagbescherming en andere werknemersrechten.
UWV: onzekerheid door ontbrekende AMvB
UWV noemt het voorstel uitvoerbaar, ook na de recente aanpassingen. Wel plaatst UWV een voorbehoud: de bijbehorende lagere regelgeving (AMvB) ontbreekt nog. Die toetst UWV tussen 21 juli en 9 oktober. Volgens UWV is het belangrijk dat de arbeidsrelatie al vanaf de start correct wordt vastgesteld, om problemen te voorkomen bij uitkeringsaanvragen of ontslagprocedures.
Belastingdienst: duidelijker toets, risico uitvoeringsdruk
De Belastingdienst verwacht dat het wetsvoorstel bijdraagt aan betere naleving van de regels. Tegelijkertijd blijft het beoordelen van arbeidsrelaties arbeidsintensief. De dienst waarschuwt voor extra werk door onduidelijkheid over het nieuwe criterium ondernemerschap (C+), meer verzoeken om vooroverleg en risico op verwarring bij de omzetbelasting. De Belastingdienst geeft daarom de voorkeur aan invoering per 1 januari 2026.
Arbeidsinspectie: wetsvoorstel uitvoerbaar
De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft het aangepaste wetsvoorstel op 2 juni 2025 opnieuw beoordeeld. Volgens de inspectie blijft het wetsvoorstel uitvoerbaar en handhaafbaar. Ook ziet de Arbeidsinspectie geen extra beslag op de beschikbare capaciteit.
ATR blijft kritisch op probleemdefinitie en regeldruk
Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) vindt dat het wetsvoorstel nut en noodzaak onvoldoende onderbouwt. Volgens ATR maakt het gewijzigde wetsvoorstel onvoldoende inzichtelijk of de aanpak werkbaar is voor burgers en bedrijven. Ook concludeert het college dat de informatie over de regeldrukgevolgen onvoldoende is uitgewerkt. Samenvattend blijft de onderbouwing van het voorstel onvoldoende voor goed afgewogen besluitvorming, aldus het college.
Inwerkingtreding per juli 2026
De Vbar maakt deel uit van het bredere arbeidsmarktpakket uit het arbeidsmarktakkoord van 2023. Als zowel de Tweede als de Eerste Kamer instemmen, treedt de wet op 1 juli 2026 in werking. Er geldt geen overgangsregeling: de wet is vanaf dat moment direct van toepassing. De bijbehorende AMvB wordt nog vastgesteld.
Bron: Rijksoverheid
