In 2024 was bij minder zorgfusies en overnames een private equity-partij betrokken dan in de periode daarvoor. De belangrijkste reden voor overnames blijft het behalen van schaalvoordelen, bijvoorbeeld via gezamenlijke inkoop of een gedeelde backoffice. Dat blijkt uit de Informatiekaart Concentraties in de zorg 2025 van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
In totaal keurde de NZa in 2024 214 concentraties goed. Daarvan had 46 procent een private equity-partij als betrokken partij. In de periode juli 2022 tot en met december 2023 was dat nog 59 procent. Bij concentraties met private equity ging het in 40 procent van de gevallen om een buitenlandse investeerder. Private equity had vooral een aandeel in de mondzorg (40 procent), oog- en hoorzorg (18 procent) en bewegingszorg (17 procent), zoals fysiotherapie en revalidatie.
Meeste concentraties in mondzorg en langdurige zorg
De meeste goedgekeurde fusies en overnames vonden opnieuw plaats in de mondzorg: 62 van de 214 aanvragen (29 procent). Ook in de langdurige zorg was sprake van een toename: 41 aanvragen in 2024 (19 procent), tegenover 11 procent in de vorige periode. In de farmaceutische zorg bleef het aandeel stabiel met 15 procent van de aanvragen.
Meestal overname door middelgrote organisatie
Bij 56 procent van de goedgekeurde concentraties nam een middelgrote organisatie een kleine over. In een kwart van de gevallen betrof het een grote zorgaanbieder die een kleine organisatie overnam. Slechts zelden fuseerden twee grote zorgorganisaties met elkaar.
De NZa maakt onderscheid tussen grote, middelgrote en kleine zorgaanbieders:
- Grote aanbieders hebben meer dan 500 zorgverleners in dienst.
- Middelgrote aanbieders hebben tussen de 51 en 500 zorgverleners.
- Kleine aanbieders hebben maximaal 50 zorgverleners.
Het gaat hierbij om organisaties die direct of indirect zorg leveren volgens de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg of de Wet BIG.
Motieven voor fusie of overname verschillen
Overnemende organisaties noemen schaalvoordelen als belangrijkste drijfveer. Door samen te gaan kunnen zij efficiënter werken, bijvoorbeeld door gezamenlijke inkoop, een gedeelde administratie of bundeling van ondersteunende diensten.
Voor overgenomen partijen is voortzetting van de zorgpraktijk vaak het belangrijkste motief. In de mondzorg en farmacie gaat het bijvoorbeeld om zelfstandige tandartsen of apothekers die hun praktijk willen verkopen vanwege pensionering. Een overname maakt het mogelijk dat hun praktijk blijft bestaan. In de mondzorg is daarnaast synergie een veelgenoemd voordeel: de overnemende partij verzorgt bijvoorbeeld de administratie, zodat de zorgverlener zich volledig op patiëntenzorg kan richten. In vijf gevallen in de langdurige zorg was financiële nood de reden voor de overname.
Strengere toetsing door wetswijziging
De zorgspecifieke concentratietoets is verplicht bij fusies of overnames waarbij ten minste één zorgaanbieder meer dan 50 zorgverleners in dienst heeft. De NZa toetst of het proces zorgvuldig is doorlopen en of de gevolgen voor kwaliteit en toegankelijkheid van zorg voldoende zijn meegenomen. Per 1 januari 2025 moet de NZa een aanvraag weigeren als de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) op dat moment een onderzoek uitvoert dat wijst op structurele risico’s voor de kwaliteit van zorg. Daarnaast werkt het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan een wetswijziging die de NZa extra bevoegdheden geeft om fusies of overnames tegen te houden bij risico’s voor kwaliteit, continuïteit of rechtmatigheid. Het wetsvoorstel wordt voor eind 2025 ingediend bij de Tweede Kamer.
Ook melding bij ACM verplicht bij grote omzet
Naast melding bij de NZa kan ook een meldingsplicht bij de Autoriteit Consument & Markt (ACM) gelden, afhankelijk van de omzet. Sinds 1 januari 2023 gelden voor alle sectoren dezelfde drempels: een gezamenlijke wereldwijde jaaromzet van minimaal €150 miljoen én een Nederlandse jaaromzet van minimaal €30 miljoen voor ten minste twee betrokken partijen. In 2024 golden bij 13 van de 214 goedgekeurde concentraties ook deze drempels. Twaalf daarvan zijn ook goedgekeurd door de ACM. Eén aanvraag werd ingetrokken. Daarnaast bleek dat 8 aanvragen onder de oude, lagere zorgspecifieke drempels ook meldingsplichtig zouden zijn geweest bij de ACM. Dat zijn er 4 minder dan in 2023.
Spoedprocedure in uitzonderlijke situaties
Bij acute financiële problemen kan een zorgaanbieder ontheffing vragen om een fusie of overname toch door te zetten zonder voorafgaande goedkeuring. De NZa verleende in 2024 drie ontheffingsbesluiten, alle vanwege een (dreigend) faillissement. In totaal werden zes spoedaanvragen ingediend. In drie gevallen volgde alsnog een reguliere beoordeling, omdat het aanvraagproces al vergevorderd was.
Onderscheid tussen soorten concentratie
De zorgspecifieke concentratietoets geldt voor juridische en bestuurlijke fusies, overnames en oprichting van gemeenschappelijke ondernemingen. Dit zijn concentraties in de zin van de Mededingingswet. Dit is iets anders dan de “concentratie van zorg”, waarbij een zorginstelling zich specialiseert in een bepaald type zorg.

