De kantonrechter in Haarlem heeft de arbeidsovereenkomst tussen een verzorgende IG en een zorgorganisatie ontbonden wegens een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. De werkneemster ontvangt een transitievergoeding, maar krijgt geen billijke vergoeding.
De verzorgende IG werkte sinds oktober 2020 in een team voor Parkinsonzorg. Vanaf april 2022 constateerde de werkgever herhaaldelijk problemen in de communicatie en samenwerking met collega’s. Uit gesprekken bleek dat zij onder meer negatief sprak over collega’s in bijzijn van cliënten, moeite had met feedback en zich dominant opstelde. De werkneemster erkende dat zij soms bot reageerde, vooral onder druk. Ondanks coaching, gesprekken, begeleiding door een praktijkbegeleider en mediation bleven de signalen van spanningen en onveiligheid binnen het team terugkeren. De werkgever stelde voor het dienstverband met wederzijds goedvinden te beëindigen, maar de werkneemster ging daar niet mee akkoord.
Redelijke grond voor ontbinding aanwezig
De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een redelijke grond voor ontbinding op basis van een verstoorde arbeidsverhouding. De problemen speelden al langere tijd en kwamen niet voort uit ziekte. De werkgever had volgens de rechter voldoende inspanningen geleverd om de samenwerking te verbeteren, maar zonder blijvend resultaat. Herplaatsing is niet meer in de rede, mede omdat de werkneemster aangaf de kritiek niet te herkennen.
De arbeidsovereenkomst eindigt per 1 september 2025. De werkgever moet de wettelijke transitievergoeding betalen, inclusief wettelijke rente vanaf 1 oktober 2025. De door de werkneemster verzochte billijke vergoeding wijst de rechter af.

