Een leerling-kraamverzorgende kreeg te horen dat haar leer-/arbeidsovereenkomst automatisch zou zijn geëindigd. De kantonrechter oordeelde echter dat de werkgever hierbij onterecht een beroep deed op een ontbindende voorwaarde in het contract.
De leerling trad in november 2023 in dienst bij een kraamzorgorganisatie als onderdeel van haar mbo-opleiding. Voor het praktijkdeel sloot zij samen met haar werkgever en opleider een praktijkovereenkomst, die later werd verlengd tot 31 januari 2025. Begin 2025 meldde zij zich ziek met burn-outklachten. Kort daarna ontving zij van haar werkgever het bericht dat haar leer-/arbeidsovereenkomst automatisch was beëindigd, omdat de praktijkovereenkomst zou zijn afgelopen.
De kantonrechter oordeelt dat de werkgever zich ten onrechte op de ontbindende voorwaarde in het contract heeft beroepen. Die voorwaarde hield in dat de arbeidsovereenkomst zou eindigen zodra de praktijkovereenkomst niet meer geldig was. De werkgever had echter zelf besloten deze niet te verlengen, terwijl zowel de leerling als de opleiding de overeenkomst wilden voortzetten. Daarmee had de werkgever volgens de rechter actief invloed uitgeoefend op het intreden van de voorwaarde. In zo’n geval is de voorwaarde niet rechtsgeldig.
Arbeidsovereenkomst loopt door
Omdat de leer-/arbeidsovereenkomst niet van rechtswege is geëindigd, verklaart de rechter de opzegging ongeldig. De arbeidsovereenkomst loopt daardoor door. De werkgever moet het loon vanaf 1 februari 2025 alsnog betalen, inclusief vakantiegeld, eindejaarsuitkering, wettelijke rente en een wettelijke verhoging van 50 procent. De leerling heeft bovendien recht op wedertewerkstelling zodra zij weer arbeidsgeschikt is, op straffe van een dwangsom van 500 euro per dag met een maximum van 50.000 euro.
Verplichting tot medewerking aan diplomering
De rechter verplicht de werkgever ook om actief bij te dragen aan de diplomering van de leerling. Binnen zeven dagen moet hij een nog ontbrekend formulier aanleveren en samen met de opleiding een eindgesprek (KOP-gesprek) inplannen. De leerling kon haar opleiding niet afronden, doordat de werkgever dit formulier niet ondertekende en het gesprek meermaals uitstelde. Volgens de school was het examendossier grotendeels op orde, op het eindgesprek en het formulier na.
Geen verstoorde arbeidsverhouding
De werkgever verzocht de rechter om de arbeidsovereenkomst alsnog te ontbinden, onder meer vanwege een vermeend verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter wijst dit verzoek af. Volgens de rechter is van een ernstige en duurzame verstoring geen sprake. Bovendien is het conflict ontstaan door het handelen van de werkgever zelf, die ook geen herstelpogingen heeft ondernomen. De verwijzing naar de praktijkovereenkomst bood volgens de rechter evenmin een wettelijke grond voor ontbinding.
Geen terugbetaling opleidingskosten
Tot slot oordeelt de kantonrechter dat de leerling geen opleidingskosten hoeft terug te betalen. Omdat de arbeidsovereenkomst nog voortduurt, is er geen reden voor verrekening. De werkgever moet wel de proceskosten van in totaal € 1.039 vergoeden.
