Het aantal zzp’ers in de zorgsector neemt vooral af in de thuiszorg, de kinderopvang en in ziekenhuizen. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de KVK.
In de periode van november 2024 tot en met juli 2025 verdwenen er in de thuiszorg per saldo 2.570 zzp’ers. Dit is een daling van 7,8 procent. In de kinderopvang waren dat er 1.378 (min 10 procent). In de categorie “overige paramedische praktijken en alternatieve genezers” (waar ook ziekenhuisverpleegkundigen onder vallen) nam het aantal met 1.606 af (min 2,9 procent).
Minder starters, meer stoppers
Vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder is het aantal starters in de thuiszorg en kinderopvang met 51 procent gedaald. Voor de categorie met ziekenhuisverpleegkundigen is dat 44 procent. Het aantal stoppers steeg juist fors: in de thuiszorg met 94 procent, in de kinderopvang met 77 procent en in de categorie met ziekenhuisverpleegkundigen met 63 procent.
Verschillen per branche
Volgens Joris Knoben, hoogleraar Strategie en Ondernemerschap aan de Tilburg School of Economics and Management, zijn de ontwikkelingen sterk branche-specifiek. “Binnen de zorg zijn er branches waar het aantal zzp’ers groeit, zoals praktijken van tandartsen en psychologen, maar ook waar deze sterk daalt. Branches waar het aantal zzp’ers daalt worden gekenmerkt door grote zorgen over schijnzelfstandigheid, zoals de thuiszorg, en/of door beslissingen van opdrachtgevers om niet meer met zzp’ers te werken, zoals de kinderopvang.”
Constante trend, maar verschillen blijven groot
Uit de KVK ZZP-monitor blijkt dat het totaal aantal zzp’ers in Nederland licht stijgt, maar dat de verschillen per branche groot zijn. In de zorg is het aantal zzp’ers de afgelopen maanden structureel licht afgenomen. Knoben verwacht dat de daling in sectoren waar zorgen over schijnzelfstandigheid spelen, in de hele markt aanhoudt tot zeker 2026. Dan gaat de Belastingdienst weer actief handhaven.
