De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft een man veroordeeld voor poging tot zware mishandeling van zijn ggz-behandelaar. De rechtbank kwalificeerde de behandelaar als ambtenaar, wat geldt als een strafverzwarende omstandigheid.
In februari 2024 vond het incident plaats in de wachtruimte van de Forensisch Psychiatrische Afdeling van een ggz-instelling. De man stak daar minutenlang met twee broodsmeermessen in de richting van zijn behandelaar. Deze kon zich alleen verdedigen door een stoel tussen hen te houden en weg te lopen. In de bekleding van de stoel zaten meerdere snedes.
Kwalificatie als ambtenaar
De rechtbank oordeelde dat de kans op zwaar lichamelijk letsel aanzienlijk was. Dat het letsel uitbleef, kwam alleen door het ingrijpen van de behandelaar en andere aanwezigen. Omdat de kliniek onder toezicht en controle van de overheid staat en uitsluitend forensische zorg verleent aan personen die in het kader van een strafzaak zijn geplaatst, voert zij feitelijk overheidstaken uit. Volgens de rechtbank betekent dit dat zij de behandelaar kunnen aanmerken als ambtenaar in strafrechtelijke zin op grond van de artikelen 180, 181 en 304 van het Wetboek van Strafrecht, ongeacht of hij arbeidsrechtelijk ook die status heeft. Deze kwalificatie geldt als strafverzwarende omstandigheid en leidt tot een zwaardere straf.
Gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging
Uit onderzoek van het Pieter Baan Centrum bleek dat de verdachte leed aan een chronisch psychotisch toestandsbeeld door schizofrenie. De rechtbank rekende hem de feiten in sterk verminderde mate toe, maar schatte het recidiverisico in als hoog. De man heeft geen ziekte-inzicht, stopt regelmatig met medicatie en mijdt zorg. De rechtbank legde hem daarom naast een gevangenisstraf van zes maanden ook tbs met dwangverpleging op. De maatregel kan langer dan vier jaar duren, omdat het delict was gericht tegen de lichamelijke integriteit van een persoon.

