De Rechtbank Gelderland heeft bepaald dat een werkgever een langdurig zieke werknemer een transitievergoeding en een vergoeding voor niet-genoten vakantie-uren moet betalen. De uitspraak laat zien dat ook na de eerste twee ziektejaren vakantie-uren volledig blijven doorlopen, ongeacht of er nog loon wordt betaald.
De zaak betrof een lasser die sinds 1995 in dienst was bij een machinefabriek. Na een motorongeluk in 2019 raakte hij volledig arbeidsongeschikt. Het UWV verlengde de loondoorbetaling tot 1 maart 2024. Vanaf dat moment ontving de werknemer een IVA-uitkering. Ondanks herhaald verzoek werkte de werkgever niet mee aan beëindiging van het dienstverband met toekenning van de transitievergoeding en de eindafrekening. De werkgever betaalde alleen het vakantiegeld uit.
Verzoek werknemer
De werknemer vroeg de kantonrechter onder meer om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, betaling van de transitievergoeding en uitbetaling van niet-genoten vakantie-uren. Hij berekende dat tot 1 juli 2025 en kwam op een totaal van 545 uur aan niet-genoten vakantie-uren, goed voor ruim € 13.000.
Oordeel kantonrechter
De kantonrechter stelde vast dat sprake was van een slapend dienstverband. Volgens de Xella-uitspraak moet de werkgever in zo’n situatie instemmen met beëindiging onder betaling van de transitievergoeding. De rechter stelde deze vast op € 37.591,91 bruto.
Daarnaast volgde de rechter de lijn uit het Max Planck-arrest van het Europese Hof van Justitie en artikel 31 lid 2 van het Handvest van de Grondrechten van de EU. Het Hof verduidelijkte in dat arrest dat artikel 31 lid 2 rechtstreeks kan worden ingeroepen in een geschil tussen particulieren. Kan een nationale regeling niet zo worden uitgelegd dat zij verenigbaar is met artikel 31 lid 2? Dan moet de rechter het grondrecht volledig waarborgen en de strijdige nationale bepaling buiten toepassing laten. Volgens de literatuur kan een Nederlandse werkgever zich daarom niet beroepen op artikel 7:634 BW, waarin staat dat een werknemer alleen vakantie-uren opbouwt over periodes waarin hij loon ontvangt.
Met andere woorden: de beperking in de Nederlandse wet is in strijd met Europees recht. Werknemers bouwen tijdens de volledige ziekteperiode vakantie-uren op. Dus niet alleen gedurende de eerste twee jaar waarin nog loondoorbetaling plaatsvindt, maar ook daarna, ongeacht of zij arbeid verrichten of loon ontvangen.
Praktische implicaties
Werkgevers moeten er rekening mee houden dat vakantieopbouw bij ziekte doorloopt. Ook na de periode van loondoorbetaling. Bij beëindiging van het dienstverband moet de werkgever dus ook de na twee jaar opgebouwde vakantie-uren uitbetalen.

