Een leerling-verzorgende verloor haar baan, doordat zij haar opleiding niet binnen de afgesproken termijn afrondde. Volgens de rechter mocht de zorgorganisatie de arbeidsovereenkomst daarom automatisch beëindigen. Wel moet de werkgever de transitievergoeding en achterstallig loon betalen en de verrekende studiekosten teruggeven. Ook het relatiebeding in de overeenkomst is ongeldig.
De medewerkster trad in 2021 in dienst en stapte op 1 november 2021 over naar een leer-arbeidsovereenkomst voor Leerling-Verzorgende 3IG/Maatschappelijke Zorg. In die overeenkomst stond een ontbindende voorwaarde: geen diploma binnen 32 maanden betekent einde van rechtswege. Nadat de opleiding niet werd afgerond, stelde de werkgever per 25 september 2024 het einde vast. De werknemer vocht dit aan en vroeg onder meer om loon, transitievergoeding en een oordeel over een relatiebeding.
Procedure juist ingeleid
De werkgever stelde dat de werknemer de verkeerde juridische route had gekozen. Volgens de werkgever had de werknemer niet met een verzoekschrift naar de rechter mogen stappen, maar had zij een dagvaardingsprocedure moeten starten. De kantonrechter ging daar niet in mee. Omdat het geschil draaide om het einde van de arbeidsovereenkomst en de vergoedingen die daarbij horen, mocht de werknemer de zaak wel met een verzoekschrift beginnen.
Ontbindende voorwaarde geldt
De kantonrechter oordeelde verder dat de ontbindende voorwaarde geldig is. In de leer-arbeidsovereenkomst stond dat de baan automatisch zou eindigen als de werknemer binnen 32 maanden geen diploma zou behalen. Dit is een duidelijke en objectieve afspraak waar de werkgever geen invloed op heeft. Omdat het diploma niet is behaald, is de overeenkomst per 25 september 2024 automatisch geëindigd. Het feit dat de werknemer in maart 2024 ziek werd, maakt dit niet anders.
Transitievergoeding verschuldigd
De rechter bepaalt dat de werknemer recht heeft op een transitievergoeding. Ook al eindigde de arbeidsovereenkomst automatisch door de ontbindende voorwaarde, de werkgever heeft de overeenkomst daarna niet voortgezet. Daarom moet alsnog een vergoeding worden betaald. Het bedrag komt uit op € 3.081,73 bruto, berekend op basis van een maandloon van € 2.966,81 bruto, inclusief vakantiegeld, eindejaarsuitkering en gemiddeld ORT.
Achterstallig loon
De contracten van de werknemer waren oproepovereenkomsten. Volgens de wet moet de werkgever na een jaar een aanbod doen voor een vast aantal uren. Dat is niet gebeurd. Daarom moet de werkgever alsnog loon betalen over het gemiddelde aantal uren dat de werknemer werkte: 30,7 uur per week tegen een uurloon van € 16,72. De rechter kent € 28.617,71 bruto toe, vermeerderd met 25% wettelijke verhoging en wettelijke rente.
Relatiebeding nietig
In de leer-arbeidsovereenkomst stond een relatiebeding dat in de praktijk hetzelfde werkt als een concurrentiebeding. In een tijdelijk contract mag dat alleen als de werkgever schriftelijk uitlegt waarom het noodzakelijk is. Zo’n motivering ontbrak hier. Daarom verklaart de rechter het relatiebeding nietig.
Studiekosten onterecht verrekend
De werkgever hield studiekosten in, maar had de werknemer vooraf niet duidelijk geïnformeerd over de hoogte van die kosten en de financiële gevolgen. Volgens de rechter was de werkgever daar onvoldoende transparant over. Het ingehouden bedrag van € 2.525,06 netto moet daarom worden terugbetaald.
Rechtbank Den Haag, 6 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15125
