De kantonrechter van de Rechtbank Limburg wees het verzoek van een Limburgs ziekenhuis om de arbeidsovereenkomst met een ziekenhuisapotheker te ontbinden af. Volgens de rechter is de arbeidsverhouding niet zodanig verstoord dat beëindiging nodig is.
Het ziekenhuis vroeg ontbinding op de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding) en subsidiair op de i-grond (cumulatie). Aan het verzoek lag de klacht ten grondslag dat de ziekenhuisapotheker het gezag van de leidinggevende ondermijnde, dat er spanningen waren binnen het team en dat eerdere coaching en mediation geen verbetering hadden gebracht. De ziekenhuisapotheker, sinds 2010 in dienst, verzette zich hiertegen en vroeg onder meer om vergoedingen en toepassing van de afvloeiingsregeling uit de cao Ziekenhuizen.
Oordeel over opzegverboden en gelijke behandeling
De rechter stelde vast dat geen sprake was van een opzegverbod wegens ziekte. De ziekenhuisapotheker had zich wel ziekgemeld, maar de bedrijfsarts concludeerde na onderzoek dat geen sprake was van ziekte of gebrek. Zij werkte haar eigen werkzaamheden bovendien gewoon door. Een second opinion of andere medische verklaring die dit tegensprak ontbrak. Daarom oordeelde de rechter dat het beroep op het opzegverbod niet slaagde.
Daarnaast beriep de ziekenhuisapotheker zich op ontslagbescherming vanwege handicap of chronische ziekte. Zij voerde aan dat zij ADHD had en dat de verwijten die haar werden gemaakt daarmee samenhingen. Volgens de rechter was dit echter onvoldoende onderbouwd, omdat er geen officiële medische verklaring in de procedure was overgelegd. Alleen een verwijzing van de huisarts bleek onvoldoende. Daardoor kon de rechter niet vaststellen dat sprake was van een handicap of chronische ziekte in de zin van de Wet gelijke behandeling. Het beroep op ontslagbescherming slaagde daarom ook niet.
Verstoorde arbeidsverhouding?
Bij de beoordeling van de vermeende verstoorde arbeidsverhouding keek de rechter naar verschillende aspecten. Het ziekenhuis had interne signalen en een interviewverslag ingebracht, maar die gaven volgens de rechter onvoldoende bewijs. Er waren slechts enkele collega’s bevraagd, het was niet duidelijk om wie het ging en de verklaringen zelf zaten niet in het dossier. Daardoor kon de rechter daar geen harde conclusies aan verbinden.
Ook de samenwerking met de leidinggevende kwam aan de orde. Die verliep niet altijd soepel en leidde tot incidenten en miscommunicatie. Toch ontbraken concrete feiten waaruit zou blijken dat de situatie werkelijk onwerkbaar was of dat sprake was van structurele ondermijning.
Verder stelde de rechter vast dat de ziekenhuisapotheker vakinhoudelijk goed functioneerde. Een kritische houding hoort bij een professionele functie op dit niveau en mag de werkgever niet zonder meer als negatief uitleggen, zolang die niet omslaat in sabotage of obstructie. Eerdere trajecten met coaching en mediation hadden geen blijvende oplossing gebracht. Dat betekende volgens de rechter echter nog niet dat de arbeidsverhouding duurzaam verstoord was.
Alles afwegend vond de rechter de g-grond onvoldoende onderbouwd. Omdat dezelfde feiten ook voor de i-grond waren aangevoerd, was er evenmin reden voor ontbinding op basis van cumulatie
Gevolgen en kosten
De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek af. De arbeidsverhouding is niet zodanig verstoord dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, aldus de rechter. Het verzoek van de werknemer om vergoeding van de daadwerkelijk gemaakte proceskosten wijst de rechter ook af.
