
Problematisch gebruik van alcohol, drugs en medicatie komt ook in de zorg voor. Volgens Marlies de Rond, beleidsmedewerker bij de KNMG, is het belangrijk dat HR-professionals dit onderwerp actief oppakken. “Verslaving is geen teken van zwakte, maar een ziekte die behandeld kan worden,” zegt ze. In dit interview legt De Rond uit wat de oorzaken zijn, welke rol HR kan spelen en welke hulpmiddelen er beschikbaar zijn.
Volgens cijfers van het Trimbos-instituut, het Nederlandse kennisinstituut voor mentale gezondheid, leidt alcohol jaarlijks tot 2,9 miljoen verzuimdagen. Daarnaast is 20 tot 25 procent van de bedrijfsongevallen alcoholgerelateerd en kost het productiviteitsverlies door alcohol alleen al zo’n 1,3 miljard euro per jaar. Ook in de zorg zijn de gevolgen groot: middelengebruik kan de gezondheid van medewerkers aantasten en de patiëntveiligheid in gevaar brengen. Uit onderzoek [1] blijkt dat tussen de 17 procent van de Nederlanders ooit in het leven een stoornis in middelengebruik of verslaving heeft. Voor zorgprofessionals geldt hetzelfde.
Zorgprofessionals vaker afhankelijk van medicatie
“Als je kijkt naar alle Nederlanders, dan is alcohol het meest gebruikte middel,” zegt De Rond. “Maar we zien wel dat artsen en verpleegkundigen vaker afhankelijk zijn van medicatie dan andere hoogopgeleide Nederlanders. Dat heeft te maken met de toegankelijkheid: de medicijnkast is dichtbij en artsen kunnen voor zichzelf voorschrijven.” De gedragscode van de KNMG adviseert om geen medicijnen aan jezelf of aan familie voor te schrijven, maar in de praktijk gebeurt dit toch. Het verstoorde leefritme door nachtdiensten, hoge werkdruk en de grote verantwoordelijkheid voor patiënten vergroten de kwetsbaarheid. “Middelengebruik wordt dan een manier om met spanning, slaapgebrek of angst om te gaan,” legt De Rond uit.
“Artsen en verpleegkundigen zijn vaker afhankelijk van medicatie dan andere hoogopgeleide Nederlanders”
Problematisch middelengebruik: signalen en ernst
Wanneer is sprake van een stoornis in middelengebruik en verslaving? “Als het leidt tot negatieve gevolgen voor functioneren, zowel privé als op het werk. En er sprake is van afhankelijkheid of controleverlies,” aldus De Rond. Problematisch middelengebruik of verslaving is een chronische hersenziekte die progressief is en behandeld moet worden. Het gaat gepaard met blijvende problemen en een patroon van afhankelijkheid.
Marlies de Rond wijst op het belang van vroegtijdig signaleren: “Er zijn vier fasen, die steeds ernstiger worden. In de eerste fase praten mensen veel over hun gebruik, drinken ze bij gelegenheden en vertonen ze sociaal uitbundig gedrag. In de tweede fase komen er lichamelijke klachten, vermoeidheid en spanningen thuis bij en valt soms een minder verzorgde uitstraling op. De derde fase kenmerkt zich door woede-uitbarstingen, klachten van patiënten, professionele desinteresse en een toename van verzuim. In de vierde fase is iemand onder invloed op het werk, zijn uiterlijke kenmerken van chronische aandoeningen zichtbaar en nemen medische fouten of ongevallen toe.”
ABS-zorgprofessionals
De Rond is al jarenlang betrokken bij ABS-zorgprofessionals, een programma van KNMG dat in 2011 is opgericht om artsen en later ook andere zorgprofessionals met problematisch middelengebruik of verslaving te ondersteunen. “Ons doel is om zorgverleners met een verslavingsprobleem niet te verliezen, maar juist te helpen herstellen,” legt ze uit. ABS-zorgprofessionals biedt onder meer een steunpunt waar zorgprofessionals en hun omgeving vertrouwelijk advies kunnen inwinnen en een toolkit met praktische hulpmiddelen. De toolkit bevat een format voor het ontwikkelen van een beleidsplan, inclusief een handreiking en een communicatieplan.
Daarnaast zijn er gesprekskaarten beschikbaar die kunnen worden gebruikt binnen teams en opleidingen. Ook biedt de toolkit posters en informatiesheets die geschikt zijn voor het creëren van bewustwording binnen organisaties. Voor scholing is er bovendien een e-learning en onderwijsmodule ontwikkeld. Deze materialen zijn gratis beschikbaar en helpen organisaties om middelengebruik structureel bespreekbaar te maken en kennis hierover te vergroten. “Met de toolkit en de andere hulpmiddelen kunnen HR-professionals meteen praktisch aan de slag,” zegt De Rond.
Gesprekken voeren: do’s en don’ts
Het is vaak een collega of leidinggevende die als eerste iets opmerkt. “Juist dan is het belangrijk om het gesprek te openen. Hoe eerder je dat doet, hoe groter de kans dat iemand op tijd hulp krijgt. HR moet ieder signaal serieus nemen,” benadrukt De Rond. “Want vaak vermoeden collega’s dat er iets speelt, maar durven ze niet te handelen. Handelingsverlegenheid is een probleem: mensen zijn bang om het mis te hebben of denken dat een ander het wel oppakt.”
Een gesprek aangaan met een medewerker over mogelijk problematisch middelengebruik is spannend en vraagt om zorgvuldigheid. Volgens De Rond begint het met een goede voorbereiding: kies een rustige omgeving, benader de medewerker met empathie, maak duidelijk dat het gesprek vertrouwelijk is, begin het gesprek dat je je zorgen maakt en richt je vooral op waargenomen gedrag in plaats van op aannames. Vermijd beschuldigingen, snelle conclusies of directe oplossingen zonder inzicht in de situatie. En negeer signalen nooit.
“Vaak vermoeden collega’s dat er iets speelt, maar durven ze niet te handelen”
Verslaving moet volgens haar altijd worden gezien als een ziekte, niet als een persoonlijk falen. “Het is een hersenziekte die behandeld kan worden,” legt De Rond uit. Ze benadrukt dat het belangrijk is om bij de feiten te blijven. “Zeg bijvoorbeeld: ‘Ik zie dat je handen trillen, wat is er aan de hand?’ of ‘Je komt steeds vaker te laat, wat is daarvan de reden?’ en vermijd directe suggestieve vragen zoals: ‘Heb jij een alcoholprobleem?’ want dan sluit iemand zich meteen af.” Het doel van zo’n gesprek is altijd om te helpen, niet om te veroordelen. “Ontkennen hoort bij verslaving,” zegt De Rond. “Dat betekent niet dat je niets kunt doen, maar dat je iemand geduldig moet begeleiden richting hulp. Of meerdere malen het gesprek moet aangaan”.
Ontslag is symptoombestrijding
Veel zorgprofessionals bij wie problematisch middelengebruik of het meenemen van medicatie wordt geconstateerd, worden ontslagen. “Maar dat is symptoombestrijding,” stelt De Rond. “De medewerker gaat elders aan de slag en het probleem wordt verplaatst. Daarmee los je niets op, noch voor de medewerker, noch voor de patiëntveiligheid.”
Volgens haar ligt hier een belangrijke taak voor HR. In plaats van ontslag kan HR bestuurders adviseren om te kiezen voor behandeling en begeleiding bij terugkeer naar het werk, bijvoorbeeld via een monitoringstraject van ABS-zorgprofessionals. Daarbij kan een medewerker onder voorwaarden terugkeren, met duidelijke afspraken en controlemechanismen die de veiligheid van patiënten waarborgen. “Zo krijgt de medewerker een kans om te herstellen en blijft de organisatie verantwoordelijkheid nemen,” legt De Rond uit.
Het opstellen van een goed beleidsplan is een cruciale eerste stap in het gestructureerd aanpakken van middelengebruik en verslaving. In het beleidsplan leg je normen en regels vast, richt je je op preventie, maak je duidelijk waar medewerkers hulp kunnen krijgen en beschrijf je welke maatregelen volgen als afspraken niet worden nagekomen. Het beleidsplan van ABS-zorgprofessionals bevat al deze onderdelen en is direct toepasbaar. De Rond: “We noemen het bewust geen ADM-beleid (alcohol, drugs, medicatie), omdat dat gedragsverslavingen buiten beschouwing laat. Het gaat ons om middelengebruik en verslaving in brede zin.” Ook preventie hoort daarbij. “Organiseer workshops, trainingen en voorlichtingsbijeenkomsten. Gebruik vitaliteitsweken om aandacht te besteden aan dit onderwerp. Maak het zichtbaar in personeelsbladen en op intranet. Preventie werkt alleen als je het structureel inbedt.”
Samenwerking met bedrijfsarts en ABS
HR hoeft het niet alleen te doen. De Rond benadrukt het belang van samenwerking: “De bedrijfsarts beoordeelt of iemand kan werken. ABS-zorgprofessionals biedt steun, advies, begeleiding en monitoring. HR stelt het beleid en de kaders. Samen kan je een plan maken dat zowel het herstel van de medewerker ondersteunt als de patiëntveiligheid waarborgt.”
Het vijfjarige monitoringprogramma van ABS-zorgprofessionals is intensief. “We noemen het ook wel een terugvalpreventieprogramma. Deelnemers moeten 36 keer per jaar hun urine inleveren, hebben een buddy op de werkvloer en krijgen begeleiding. Instellingen kunnen deelname aan monitoring als voorwaarde stellen voor terugkeer,” vertelt De Rond.
HR-professionals kunnen ABS-zorgprofessionals altijd bellen voor advies: via het steunpunt 0900-0168 of info@abs-zorgprofessionals.nl. “We zijn geen meldlijn, maar geven wel vertrouwelijk advies bij casussen. Managers, HR-afdelingen en zelfs raden van bestuur doen hier regelmatig een beroep op.”
Cultuur
Naast beleid en hulpverlening draait het om cultuur. “Een leidinggevende die regelmatig vraagt: ‘Hoe is het gegaan vandaag?’ creëert veiligheid. Daarmee maak je het normaal om over welzijn en gedrag te praten,” zegt De Rond. “Gebruik gesprekskaarten om taboes te doorbreken. Vragen als ‘Wat voor collega wil jij zijn?’ of ‘Wat heb jij nodig om het vol te houden?’ helpen om het gesprek te openen.”
“Scholing is cruciaal om gesprekken effectief te voeren en beleid goed uit te dragen”
Ook benadrukt ze het belang van kennis. “HR- en arbo-adviseurs moeten signalen van middelengebruik en verslaving kunnen herkennen. Zij zijn het eerste aanspreekpunt voor de werkgever en hebben een adviserende rol richting leidinggevenden. Scholing is cruciaal om gesprekken effectief te voeren en beleid goed uit te dragen.”
Conclusie
Wanneer zorgorganisaties middelengebruik structureel opnemen in beleid en werken aan preventie, creëren zij niet alleen duidelijkheid en houvast voor medewerkers, maar ook een veilige en professionele werkomgeving. Door samen te werken met bedrijfsarts en gespecialiseerde organisaties zoals ABS-zorgprofessionals en gebruik te maken van de beschikbare hulpmiddelen, kan HR een sleutelrol vervullen in het tijdig signaleren en duurzaam aanpakken van problematisch middelengebruik en verslaving. Daarmee wordt zowel de gezondheid van zorgprofessionals beschermd als de kwaliteit en veiligheid van de zorg geborgd. “Iedere zorgprofessional die problematisch middelen gebruikt of verslaafd is, verdient hulp en ondersteuning” besluit Marlies de Rond. “Want alleen als zorgprofessionals zelf gezond zijn, kunnen zij ook goede zorg blijven geven en blijven zij behouden voor de zorg.”
[1] Ten Have M, Tuithof M, van Dorsselaer S, et al., Prevalence and trends of common mental disorders from 2007-2009 to 2019-2022: results from the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Studies (NEMESIS), including comparison of prevalence rates before vs. during the COVID-19 pandemic. World psychiatry. 2023;22:275-85

