Een huidtherapeut stapte naar de rechter met een verzoek om ontbinding van haar tijdelijke arbeidsovereenkomst en toekenning van vergoedingen. De rechtbank onderzocht of de werkgever verwijtbaar handelde bij het niet verlengen van het contract.
De huidtherapeut werkte sinds oktober 2024 op basis van een tijdelijk contract tot 30 september 2025. Zij vroeg de rechter om de arbeidsovereenkomst eerder te ontbinden, met uitbetaling van de transitievergoeding, een billijke vergoeding en vergoeding van kosten. Volgens haar had de werkgever ernstig verwijtbaar gehandeld door onverwacht aan te sturen op beëindiging van het dienstverband en haar niet meer toe te laten tot het werk.
Geen ernstig verwijtbaar handelen
De rechter stelde vast dat de werkgever de vrijheid had om de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet te verlengen. Voor zo’n aanzegging is geen onderbouwing of motivatie vereist. Dat het besluit viel kort nadat de moeder van de werkneemster ernstig ziek in het ziekenhuis lag, maakt dit volgens de kantonrechter niet anders. De timing van het gesprek kan ongelukkig zijn geweest, maar levert geen ernstig verwijtbaar handelen op. Ook het feit dat de werkneemster na dit gesprek niet meer aan het werk kwam, kan de werkgever niet worden aangerekend. Zij had zich ziekgemeld en de bedrijfsarts oordeelde dat zij nog drie tot zes maanden volledig arbeidsongeschikt zou blijven.
Geen recht op vergoedingen
Omdat de werkgever niet ernstig verwijtbaar handelde, wees de rechter het verzoek om een billijke vergoeding af. Ook bestaat in dit geval geen recht op de transitievergoeding. De werkgever erkende tijdens de procedure dat het in de arbeidsovereenkomst opgenomen non-concurrentiebeding ongeldig was. Daarmee stond al vast dat dit beding geen rechtsgevolg had. De rechter hoefde dit punt daarom niet verder te beoordelen.
Gelegenheid om verzoek in te trekken
De werkneemster krijgt tot en met vrijdag 26 september 2025 de gelegenheid om haar verzoek in te trekken omdat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden zonder dat aan haar een billijke vergoeding wordt toegekend (artikel 7:686a lid 7 BW). Doet zij dat, dan eindigt het dienstverband van rechtswege op 1 oktober 2025 en ontvangt zij alsnog de transitievergoeding. Trekt zij het verzoek niet in, dan eindigt de arbeidsovereenkomst al op 29 september 2025 en heeft zij geen recht op een transitievergoeding of billijke vergoeding. In beide gevallen moet zij de proceskosten van € 678,- betalen.