
Vrijwel alle volwassenen in Nederland hebben weleens gehoord van kunstmatige intelligentie (AI). Tegelijkertijd maken veel mensen zich zorgen over de gevolgen voor werk en gezondheidszorg. Dat blijkt uit het CBS-opinieonderzoek Belevingen dat woensdag verscheen.
In 2025 heeft 94 procent van de 18-plussers weleens gehoord van AI. Bovendien zegt ruim de helft te weten wat AI is. Daarnaast geeft een derde aan daar enigszins bekend mee te zijn. Mannen zijn vaker bekend met AI dan vrouwen. Ook jongeren (18 tot 25 jaar) en hbo- en wo-opgeleiden weten vaker wat AI inhoudt dan 65-plussers en lager opgeleiden.
De bekendste toepassingen zijn gezichtsherkenning, bijvoorbeeld op smartphones, en slimme huishoudelijke apparaten zoals robotmaaiers en slimme thermostaten. Zo gebruikt 64 procent gezichtsherkenning. Daarentegen zijn zelfrijdende auto’s en rij- of parkeerassistentie minder ingeburgerd; 23 procent maakt hiervan gebruik.
Meeste mensen verwachten meer invloed
Ruim 7 op de 10 volwassenen geven aan dat AI invloed heeft op hun dagelijks leven. Bovendien verwachten de meesten dat die invloed in de komende tien jaar toeneemt. Van degenen die een toename verwachten, vindt bijna 20 procent dat een goede ontwikkeling. Daartegenover staat dat bijna 30 procent dit een slechte ontwikkeling vindt. Ongeveer de helft staat hier neutraal tegenover.
Verder vindt ruim 40 procent dat AI het leven ingewikkelder maakt. Tegelijkertijd vindt een vergelijkbaar aandeel dat AI het leven juist prettiger maakt.
Zorgen over samenleving en ongelijkheid
Bijna twee derde van de volwassenen denkt dat AI nieuwe maatschappelijke vraagstukken veroorzaakt. Daarnaast verwacht een vergelijkbaar aandeel dat AI leidt tot meer ongelijkheid, bijvoorbeeld doordat niet iedereen over dezelfde digitale vaardigheden beschikt. Ook geeft bijna twee derde aan dat de samenleving zonder AI kan functioneren. Tegelijkertijd vindt vrijwel iedereen dat menselijke controle bij het gebruik van AI noodzakelijk is.
De grootste zorgen betreffen de verspreiding van nepnieuws (69 procent). Daarnaast maken veel mensen zich zorgen over privacyrisico’s door het verzamelen van persoonlijke data (63 procent). Ook de invloed van grote technologiebedrijven (60 procent) en de afhankelijkheid van technologie (54 procent) worden vaak genoemd. Vooral ouderen maken zich hierover vaker zorgen dan jongeren.
Drie kwart verwacht banenverlies
Verder denkt drie kwart van de volwassenen dat AI leidt tot het verdwijnen van banen. Daarnaast verwacht 65 procent dat werknemers kennis en vaardigheden verliezen. Tegelijkertijd ziet een deel ook voordelen. Zo denkt 57 procent dat AI werkzaamheden versnelt en daarmee de productiviteit verhoogt. Bovendien verwacht 46 procent dat AI personeelstekorten in bepaalde sectoren kan verkleinen.
Van de werkenden gebruikt 43 procent AI in het werk. Onder hbo- en wo-opgeleiden ligt dat aandeel met 55 procent hoger. Bovendien verwacht 70 procent van de werkenden AI in de komende tien jaar vaker te gebruiken dan nu. Daarnaast denkt 41 procent dat het eigen werk deels kan worden vervangen door AI. Een kleiner aandeel, 4 procent, acht volledige vervanging mogelijk.
Kritisch over AI in de zorg
Ook over toepassingen in de gezondheidszorg zijn veel mensen kritisch. Zo vindt 65 procent het een (heel) slecht idee om medische klachten met een chatbot te bespreken in plaats van met een huisarts. Bij 65-plussers ligt dat aandeel op bijna drie kwart. Daarentegen is onder jongeren tot 25 jaar ongeveer de helft negatief. Verder vindt 58 procent het een slecht idee als AI een diagnose stelt in plaats van een specialist.
Over operaties door een robot zijn de meningen verdeeld. Enerzijds vindt 30 procent dit een goed idee. Anderzijds vindt 33 procent dit een slecht idee. Ongeveer 30 procent staat hier neutraal tegenover. Bij eenvoudige zorgtaken door een zorgrobot vindt 39 procent dit een slecht idee. Tegelijkertijd vindt 35 procent dit juist een goed idee. Bij complexe zorgtaken, zoals het toedienen van medicatie, is de afwijzing groter: 56 procent vindt dit een slecht idee, terwijl 18 procent dit een goed idee vindt.
Minder persoonlijk contact verwacht
Achtentwintig procent van de mensen verwacht dat de kwaliteit van de zorg verbetert door de inzet van AI. Daarnaast verwacht 34 procent kortere wachtlijsten en denkt 23 procent dat de zorgkosten dalen. Daartegenover staat dat 78 procent inschat dat het persoonlijk contact in de zorg afneemt. Bovendien denkt 56 procent dat privacyrisico’s toenemen. Ook verwacht 65 procent dat zorgpersoneel belangrijke kennis en vaardigheden verliest.
Het CBS baseert deze uitkomsten op een enquête onder volwassenen in 2025 naar hun ervaringen met en opvattingen over AI in het dagelijks leven, op de arbeidsmarkt en binnen de gezondheidszorg.
